HomeHet verband der staatwetenschappenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 785.87 KB

TIFF (Deze pagina), 7.36 MB

PDF (Volledig document), 29.32 MB

I
I

I
A Tl
"* poogt op te sporen. Wat doet het er toe, of Grotius
. rnistastte? Zijne onschatbare verdienste van een wäs­
l geerig smcmsrec/zt te hebben gegrondvest stelt zijne
I dwaling van een natuurrecht geheel in de schaduw.
Het is hier de plaats niet breedvoerig aantetoonen,
I dat het gansche natuurrecht niets was dan eene theorie
Y; zonder bodem, eene zuivere petitio principii; de op-
I vatting dier abstracte menschelijke natuur was wil-
3 lekeur en hing geheel af van de individualiteit des
j beschouwers. Het kon daarom niet anders, of de
T opvolgers van Grotius moesten op dit punt van hem
verschillen en telkens nieuwe praemissen stellen, waaruit
hunne systemen werden afgeleid. De menschelijke
natuur werd al meer en meer geabstraheerd van de
werkelijkheid en eindelijk was er niets van overgebleven
dan de zuivere rede, beperkt door de eischen der
J sto£ Op dit standpunt stond Kant. Toen volgde
reactie en het natuurrecht bezweek ten laatste onder
de aanhoudende aanvallen der meest ongelijksoortige
vijanden. Intusschen bleef het in de scholen - reeds
` in de 17** eeuw was de eerste leerstoel voor het jus
i naturae et gentiurn te Heidelberg opgericht ­- een
I kwijnend bestaan voortsleepen; zoo geheel had de valsche
ä theorie de wetenschap zelve geabsorbeerd. In Neder-
land heeft eindelijk de wet op het hooger onderwijs
aan het natuurrecht een eind gemaakt en de algemeene
1 rechtswetenschap, ontdaan van nevelen, die haar glans
verduisteren en haar aantrekkingskracht verlammen,
Q als wijsbegeerte vom het recht tot haar waar standpunt
verheven.
Terwijl op deze wijze de staatsleer of politiek van
`Q Aristoteles zich meer en meer in eenzijdig theoretische
richting bewoog, was er in Italië eene andere politiek
x
I
I
I