HomeAnna Roemers VisscherPagina 9

JPEG (Deze pagina), 794.03 KB

TIFF (Deze pagina), 7.21 MB

PDF (Volledig document), 26.00 MB

x
. !
“'t""
l 9
het waken, het sorgen, het sweeten, en duysent moeyelijckheden meer, -
j die de menschen uytstaen om ’t getluyster van een licht en haest ver-
* . dwijnent vlammetje van des werelts glory. De ander had deernis, en
het jammerde hem, dat hy kinderen sagh met grauwe baerden, die
Y) hun geen arbeyt, moeyte, noch gevaer en ontsagen, om een dinck,
., dat sy selfs wel weten, dat soo haest weer verdwijnt"1); het tweede
is nog bondiger: >>als yemandt een booswight gevangen heeft, die mach
ii hg sonder gevaer niet los laten; want een hert dat genegen is tot quaet,
- sal veel eer sijn verdiende gevanckenis wreken, als sijn onverdiende
F vryheidt vergelden" 2). Staat deze ongebonden rede niet met die van de
ï Byewltarf op eene lijn?
al · Zoo is het insgelijks een waar genoegen hare vertolking te lezen van
I mevrouw de Montenay’s Emblemes, een arbeid, dien zij blijkbaar met
de grootste ingenomenheid heeft verricht. Zelve zegt zij het ten over-
vloede in het keurig geschreven Sotmet, waarvan ’t facsimile de uitgave
, van Schinkel siert:
AEN JoFFRoUvv GEORC.ET*1‘E DE MONTENEIJ.
Georgette! Gij vergeeft het mij ,
Dat ick soo stout vermetel sij ,
X Dat ick in onse duytsche tael
( ` Van woort tot woort niet altemael
’T francoys ghevolght heb noch u sin .
Recht uytgrebeelt, maer smeet daer in
’t Goetduncken van mijn cleyn verstant.
Doe ick u boeck creech in de hant,
’T heeft mü soo wonder-wel behaacht,
Te meer om dat het van een maacht
Gheschreven was; dat docht mü groot.
.,, Ick wenschte sulcken speelgenoot.
Maar cant int lichaem niet geschien,
j Mijn geest sal lijckwel bn u vlien.

Benevens de twee büzonderheden, dat zij niet letterlük overgezet en
vóór haar trouwen (1624) het werk heeft ondernomen, leert dit klink-
A 1) Schock I, no. 24.
2) Schaak III, no. 3. Van hare hand zijn verder: Schaak I, no. 23, 36, 44;
III, no. 1, 4, 5, 7, 9, 15, 17, 18, 51. De geheel nieuwe tien van Schaak III, .
J zijn door haar ingelascht ter vervanging der 10 Sivznepappcn, die in de tweede uitgave
, en in die van 1669 Minnepappcn heeten: bl. 187 en vlgg.: Sinncpoppcn, Schaak I,
29, 39, 41, 50; II, 44; III, 14, 16, 17, 23, 51 komen namelijk daarin afzon-
derlük als Mimzepoppen voor: en voor I, 29, 39, 41, 50; II, 44 der uitgevallen
j Simzepappen, zijn III, 2, 3, 8, 4, 6 in de plaats getreden, zoodat er met de .
overige 5 van Schaak III natuurlijk tien te weinig waren.
l
;