HomeAnna Roemers VisscherPagina 6

JPEG (Deze pagina), 713.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.26 MB

PDF (Volledig document), 26.00 MB

(5
ä ` En met seegen keerden weer
Sangmen vaersen tot haer eer,
Die een vloeyende Poëet ‘
­ Met een ruyme mate meet, ,
Want ter wereldt is gheen stof, `
Dat soo weynich cost als lof.
Soomen jemant hooch verheft i
Selden men de waerheydt treft {
’t Is een gheest die hooge vliecht, I
Als hy meesterlüken liecht. l
Maer ghy, o Eerwaerden man! g ‘
. _ Die de groote daden van ‘
Goodes dapp’re Helden singht,
Daer de held’re waerheydt blinkt, j "
Brenght al bv dat ghy vermoocht: ;
Want hoe seer ghv haer verhoocht L
Met u deftich soet ghedioht, l
(Dat mijn ziel van d’aerde licht) ­
Noch al meer verdient de deucht
Van die eeuwich zijn verheucht. `
` Wert van loven nimmer moe, ` _
Looft haer tot den Hemel toe, °°
Daer g’alree tot danckbaerheydt
. Van hun allen werdt verheydt" 1).
Ook zelve waagt zij zich aan de vertaling van ettelijke Psalmen,
den 5**, 6**, 8** en 13** 2), en slaagt daarin goed. En niet vergelijken-
derwijs gesproken met de >>hortende, stootende en slepende" ­ zooals
Ter Haar ze noemt - berijming van Datheen, want dat zoude een
zeer schrale lof wezen: ook aan de overzetting van Marnix, die zij ·
naar alle waarschijnlijkheid wel heeft gekend, mag de hare veilig wor-
den getoetst. Een paar strophen van Ps. VIII mogen het waar maken.
Marnix heeft:
il. Heer, onse Heer, hoe groot end hoog van weerden, "
Is dijne naem door ’tganz begrijp der eerden?
­ Die du, o God, dijn hooge Majesteyt _
Hebst over tzop 3) des Hemels uytgebreyt.
2. Die dynen lof in cleyner kinders monden,
Als in een vest, hebst stercklijc willen gronden,
E Tot ’svijants schand end om des wrekers wil,
Die sulcx moet sien end schaemroot swygen stil. ' i- ’
._._....ï I
1) Gedichten enz., bl. 111. 'ä
2) Zeeusche Nachtegaal (1633), bl. 159 en vlgg. l
3) Den top.