HomeAnna Roemers VisscherPagina 26

JPEG (Deze pagina), 954.58 KB

TIFF (Deze pagina), 7.19 MB

PDF (Volledig document), 26.00 MB

26
Hooft, is een bekend feit, minder bekend , dat zij ze evenmin een blauwtje
heeft gegeven, omdat naar haar’ vaders zeggen: »de Blaeuwe Scheen
oorsaek is van triumph en glorie" 1) als omdat haar de opvoeding der 1
jongere zusters, meer bepaald Maria, na ’t overlijden van hare moeder, .
Aefgen Jansdochter, was opgedragen, want bij die gebeurtenis waren
immers de kinderen zóó jong niet meer 2).
Op de Gedichten na de Zeeuwsche reis geschreven, te weten 10. de
dertien die daarmede in eenigerlei verband staan; 20. Gebedt op den
_ Bid­dach; 30. de Psalmen; 40. Ploehhaertie van Jonch­ Vrou A. R. met
Cupido; 50. Muyterg legen Cupido; 60. ’t Sonnet aan Boctseler op zijne
vertaling der Eerste Weeche van Barlas; 70. Op de verovering van Grol;
` 80. ’t Gedichtje aan Jan Stalpert; 90. de negen, die betrekking hebben
op de Brussel­Antwerpsche reis; 100. ’t Versje aan President Bose;
110. ’t Stukje aan Burgemeester Baarsdorp; 120. dat aan Rector Mag-
nificus Schrevelius, - waarbij nog een paar kleine versjes, en dat
>>op de Bruyloft van Erenst Brinclm:" kunnen worden gevoegd 3):
ook op die hare latere Gedichten zal, indien van het vele bekende
tot het betrekkelük weinige onbekende, immers nog onuitgegevene,
` mag worden besloten, van toepassing wezen hetgeen van hare eerste-
lingen geldt. De hr. Jan ten Brink spreekt van >>aardige 1’1jII1€I1”4), en
dit is nog zoo kwaad niet; van de Z. Nachtegaal zegt hü: >>vvaarin menig
aardig rijm van Anna te vinden is", en laat aan de wüsheid van den C
lezer over of hij >>menig" wil beklemtonen dan wel >>aardig." Ook is
hier niet buiten de orde het oordeel, büna vonnis, van eene beschaafde
dame müner kennis, die vond, dat »die soort van poëzie toch uit den
tijd is", en wel geloofde >>dat voor letterkundigen van beroep zulke
lectuur misschien heel interessant kon wezen", maar intusschen zelve .
>>heel blü was, dat zg er niet elken dag van behoefde te lezen." i
>>Wel aardig", inderdaad toch ook niet meer, is b. v. ’t versje aan Beau- A
mont, Pensionaris der stad Middelburg; de geschiedenis is deze: Simon i
van Beaumont had zich tegen Anna laten wegen in eene weegschaal, maar
»óverwoghen zünde maeckte op dat geval ’t na­volgende ghedicht" 5):
_.;_. .3
1) Brabbelingh, Yepel-wercken, bl. 162 (ed. 1669). ,
2) Thijm, Portr., bl. 39 en 231. 1
3) 10. Zie Beets, bl. 13 vlgg., die er 8 opgeeft, en de Z .Nacht. (1633) die er ·
nog 5 heeft: a. ’t Antwoord aan S. v. Beaumont, bl. 11; b. Aen den ghel. Hr. ‘
J Cats, bl. 15; c. Aen den selven, t. a. pl.; d. Aen de Z. poeten,bl. 14; e. Sonnet ‘
aen de Zeeusche Poeten, bl. 14, alle 5 in de Gedichten. 20. Z. N, bl. 165; g
Ged., bl. 114. 30. Z. N, b1. 159 vlgg.; G., b1. 116 vlgg. 4°. Z N, b1. 11; G., Q
bl. 101. 50. Z N., bl. 13; G., bl. 105. 60. G., bl. 113; Klioos Kraam (1656), I, bl. 245; ·
Leendertz, Hooft, I, bl. 152. 70. Beets, bl. 28. 80. G., bl. 111. 90. Beets, bl. 28 ä
vlgg. 100. Zie Van Vloten, Tesselschade enz., bl. 92. 110. G., bl. 129. 120. G., Q
bl. 131: de 2 laatsten. ook in de Bloemkrans van verscheiden gedichten (1659),
bl. 226 en 227. Voorts Beets, bl. 26 en vlg. 4) Schets (1867), bl. 303. i
5) Z. Nachtegael, bl. 10. `
L
x
""" A