HomeAnna Roemers VisscherPagina 21

JPEG (Deze pagina), 882.46 KB

TIFF (Deze pagina), 7.35 MB

PDF (Volledig document), 26.00 MB

¤··"‘¤"'5‘r:···;¤ ,,FW»·»»«;;»­­..=·=• , . Y . _ . . ., . .
21
zoeken. Een raadsel, want waarlük zóó hoog zün deze niet aan te slaan.
Integendeel, bij al den lof, dien de critiek hun kan toekennen van wege
den vorm - V. D. Myle I) zou zeggen de »stel­konst" -, zal zü, ge-
. dachtig aan het vele middelmatige, aan het voortdurend. gemis van den
nurechten geest en d’ aer van Poësy" en dientengevolge van >>saken­
vloet", aangaande de waardij der gedichten van Anna een alles behalve
opgewonden getuigenis afleggen. Bij billüke waardeering zal zü hare
-_ kalmte geen oogenblik behoeven te verliezen, zooals zij trouwens ook
zelden pleegt bj een, om met Van Heemskerk te spreken, »det'tigh-
soet gedicht", bij >>wijse dichten"; en als de onschuldige vrjer van
dezen zelfden Heemskerk elders den raad ontvangt:
»Leest maer de liedjes eens van Breeroo en van Hooft, .
Wiens glans den hellen glans der ouden schier verdooft;
Van Anna, die haar mag de tweede Sappho roemen,
En die wij met goed regt de tiende Musa noemen; .
Of Starter, die van nieuws ons op zijn Vriesche luit
Komt brommen in het oor een aangenaam geluid -
Een aangenaam geluid vol zoete minnetreken
Met klagjes en gevlei op ’t geestigst ondersteken:
Leest Koster’s zoeten zang, waarmeê hij ieder spel
F _ Doorstrooid heeft tot sieraad zoo kunstig en zoo wel, 2)
en de Gedichten van Anna Visscher gaat bestellen in den waan, dat
zü op één lijn te stellen zijn met die van Bredero en Hooft en Starter
en Coster, komt hij gewis bedrogen uit. Wie niet wil worden teleur-
gesteld, zü op zijne hoede; al te groote verwachting koestere men niet:
zij verheffen zich met slechts zeer weinig uitzonderingen niet boven
het peil van het alledaagsche, althans die waarvan de eer der vinding
uitsluitend aan haar toekomt, iets b. v. dat al aanstonds niet het geval
» is met de Honderd christelijke Zinnebeelden, die deswege buiten be-
schouwing blijven.
Van vóór de Zeeuwsche reis (1622) dateeren dan alleen:10. ’t Sonnet
A aen de Sung­godinnen; 20. ’t klaagdicht Aen Mijn Heer De Groot 0); 30.
‘ Aen den Hooghgeleerden Heere Hugo de Groot, nae syn welgeluckte Uut-
coomst 1621 '*); 40. ’t tienregelig versje Aen de Cappiteyn op het Huys
te Loevesteyn sende Een bouchjen aen de Huyscrouw van Grotius 5); 50.
Aen Huygens, hebbende hem duechs te vooren hooren speelen en singen
1) Z. Nachteqael, bl. 116. ­
2) Scheltema., Gesch. en letterk. mengelwerk, I, no. 3, bl. 79.
3) Beets, t. a. pl., bl. 6, 8.
4) Gedichten enz. bl. 87; ook in ”t Latjjn vertaald door De Groot zelven: zie Dr.
Lucian Müller, Hugo Grotius als Lat. dichter beschouwd, (1867), bl. 37 vlg.
5) Beets, t. a. pl., bl. 10.