HomeAnna Roemers VisscherPagina 16

JPEG (Deze pagina), 829.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.13 MB

PDF (Volledig document), 26.00 MB

t
16
Dat de ernstig gestemde, de »wijze" Anna, zooals Huygens haar
placht te noemen, zich moest aangetrokken gevoelen tot Cats, laat
zich begrijpen, even goed als dat hij door haar is >>geinspireerd"
tot ’t dichten, ten minste tot de herziening en voltooiing, van de ,,
Maeclzdeuplicht 1) (1618), gelijk hij zelf vertelt in züne Opdracht >>Aen
de eerbare, achtbare, constrjicke Jouc/t­vrou Anna. Roemers , en trouwens
ook van elders wel bekend was" 2). Zü liepen hoog met elkaar: Cats
dweepte met de lieve dochter, die >>de gantsche vreught van den ouden
dagh" haars vaders was, wier >>heus onthael syn lijf en ziel beyd’
onderhiel", die, hetgeen zonder weerga was, haar vaders boek (nam.
de Simzepoppeu) verbeterde; het was zijne hartstochtelijke, schünbaar
ook zelfs voor de zeventiende eeuw overdrevene betuiging:
»Maer wat beweecht ons doch, in over-waelsche boucken, ·
Den wijt­vermaerden lof der maechden op te soucken?
U wil ick maer alleen, tot vastheyt van mijn woort, ?
U wil ick maer alleen, U, Anna, brengen voort. t
` U, Anna, helder licht van al dees’ soete scharen, ij
In welck een eerbaer hart en wetenschap hun paren. U
Wie sal niet roepen uyt, die bü u heeft verkeert, .
Een maecht kan eerbaer zijn, en niet te min gheleert‘? 1
Ghy wert genoemt, ’t is waer, de thiende van de Negen; 3)
Die prijs comt u wel toe, maer noch ist niet ter degen; 1
Ghy wert genaemt, ’t is waer, de vierde van de Dry; j
’t Waer elders veel gheseyt, hier coomtet noch niet by:"
in waarheid, Cats heeft er slag van iemands nieuwsgierigheid te prik-
kelen en zijne aandacht te spannen, men vraagt onwillekeurig waar J
het heen moet, en brandt van verlangen dat te vernemen. De dichter
laat ons niet in ’t onzekere: 4
>>Brenght al uwgaven tsaem ghy drie­mael vier Godinnen,
Noch suldy niet te veel op dese Maghet winnen,
Want, sietl wat uw ghetal can hebben in tghemeen,
Heeft Pallas uytghestort in dese Maecht alleen.
Als Anna schersen wil, Thalia moet haer wijcken, {
_ Men mach haer in het ernst met Clio verghelijcken.
Ick segge meer door haer, door haer wert voortghebracht,
Daer heel de Maechdenberg noyt op en heeft ghedacht."
1) De Jonge van Ellemeet, Museum Catsianum, bl. 1.
2) Scheltema, t. a. pl., bl. 114 en vlgg.; bl. 16 en 17; en verg. bl. 117 over
"t gedichtje van Z. Heins.
3) Verg. Scheltema, t. a. pl., bl. 13, den regel aangetogen uit de Miomekunsz
(1622) van Joh. van Heemskerk: ««En die wij met goed recht de tiende Musa noemen?
Very;. hl. 99 en vlgg. ,