HomeAnna Roemers VisscherPagina 15

JPEG (Deze pagina), 906.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.11 MB

PDF (Volledig document), 26.00 MB

Y g, .·.~--~.. .·~,.·- --»~· ­ « -' - ~ · ~.
l
5; ` _ 15
t
j Het Evangely, dat Cristus beschryven liet,
j Goodts Geest ghetuycht daervan, ’t hoeft ander tuygen niet;
§ Menschen goetvinding gheeft dees son geen meerder crachten,
Dees dwaeling rust int hert en kettersche ghedachten.
Zou men niet verwachten, dat ook hier eene streep ware doorge-
haald‘? Dit is zeker, dat deze en dergelijke, zij het dan al vertaalde,
verklaringen geen vrijheid geven zich op ’t eerste gezicht over de
onderstelling van Scheltema , nu intusschen stelling geworden en gestaafd
ook 1), dat haar echtgenoot, de heer Boot van Wezel, tot het hervormd
kerkgenootschap heeft behoord 2), altezeer te verbazen. Ook zouden hare
bede: >>Laet u bedruckte Kerck niet hulpeloos vergaen"*‘), en de om-
ji standigheid, dat zü de middelbare opleiding harer twee zonen aan de
j vaders Jezuieten te Brussel heeft opgedragen , wel noode als tegenbewgs
V t kunnen worden aangevoerd.
i Doch daargelaten de vraag, in hoever de Ohristelyke Zinnebeelden
l van hare hand zouden kunnen dienst doen als· bijdragen voor eene
i levensschets; toegegeven dat het leerdicht in den regel eerder tot ‘
’t gebied der wetenschap dan tot dat der kunst behoort, gewis zeer
nabij den. grens van het laatste ligt, en daardoor alzoo minder aan
i poëtische verrukking dan wel aan verstandelijke overweging het aanzijn
pleegt te danken, in ieder geval weinig of geen vooruitzicht te bieden
1 op aesthetisch genot: wie zal willen ontkennen, dat hare vertolking
alleszins pleit voor haar talent van schrijven? Dat die honderd stukjes
zich nu nog na twee en een halve eeuw, ook om den inhoud, maar
vooral om den vorm, met genoegen laten lezen, en door de letterkundigen
niet, gelük b. v. Spieghefs Hertspieg/tel en zooveel meer litterarische bal-
last, aan den beoefenaar van de geschiedenis onzer taal behoeven te wor-
den overgedaan als uitsluitend voor hem van aanbelang, geeft haar alle
aanspraak op een, zij ’t dan ook bescheiden, plaatsje in het pantheon
onzer letterhelden en heldinnen van de zeventiende eeuw. »La forme
emporte le fond" is geen regel van aesthetische critiek, anders zou Anna
` hooger behooren te worden aangeschreven. Al hare stukjes ademen een
>>geest van reine, eerbiedige en practische vro0mheid"“), en hare >>wijze
dichten" kunnen worden gezegd >>vermakend te stichten" of stichtelijk
. te vermaken; Jeronimo de Vries had gelijk met züne onopgeschroefde
beoordeeling: »zü verdient wegens eenvoudigen, leerzamen en nuttiigen
. 1 rümtrant veel lof." 5) Daardoor wordt de verwachting van de kinderen
der negentiende eeuw alvast niet te hoog gespannen.
_ 1) Thüm, Portr., bl. 20. 2) Bl. 135.
A 3) Geberit op den bid­dagh: Ged. enz., bl. 114.
` 4) Beets, Verslagen der K. Acad. (afd. Letterkunde) Dl. VIII. Bl. 28 van `t af-
drukje. Ik haal dit aan, omdat Dl. VIII der Verslagen mij nog niet heeft bereikt.
Ver/zandeling, I, bl. 61.
. _ gd