HomeAnna Roemers VisscherPagina 10

JPEG (Deze pagina), 915.02 KB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 26.00 MB

­
-10 f
dicht, dat zü, de Catholieke, dweepte met het oorspronkelijke, en ter
wille van het vele voortreffelijke, dat haar in de Emblcmcs aantrok en hare
volle sympathie wegdroeg, der Fransche dichteres, een’ Protestantsche, - l
zooals bekend is, eenige kleinere en grootere ketterijtjes gaarne vergaf.
Vergaf, en konde vergeven, omdat de vrijzinnige, immerslärasmiaansche
denkwijze 1) van haren vader, die daarvan in zijne Brabbclivzgh onver­
holen getuigenis aflegt, ongetwijfeld ­- en zeer zeker indien hare moeder,
Aefgen Jansdr. v. Campen, »hervorrnd" was ’) - ook de hare zal zijn
geweest. >>Dat de streng-protestantsche zin der Fransche versjes haar
daarbij niet stuitte noch hinderde, bewijst voor de gezondheid van haar
kristelijken geest, die zich, door de enkele harer kerk weersprekende
regelen en gevoelens niet weêrhouden noch afschrikken liet, om, het- .,`
geen er, ook in Protestantschen vorm, werkelijk godsdienstigs geschreven
was, naar zijne waarde te schatten en zich eigen te maken 3)." Zelfs
tegen het zevende stukje, waarin sprake is van het »gedroomde Va-
ghevier" en op alles behalve malschen toon, in verklaard onroomschen •
geest, daarover wordt gehandeld: _)
’t Gedroomde Vaghevier souw uytgaen en vercouwen
Sonder veel loogens, om de looghen t’ onderbouwen;
Dit nu veel Ravens swart is ’t aldervetste aes, ,
Boeten daerme dit vier; de wolven met gheblaes
Doen vast haer best, int cleet van heylich schün bedeckt ,
2 Doch met dees ydelheyt nu vele wert gegeckt. `
’t Bloet, dat uvt ’s leevens­boom comt overvloedich plassen, Q
Heeft crachts ghenoech om al ons sonden af te wassen;
zelfs tegen dit stukje, waar in het handschrift, bij wüze van protest,
eene streep met bleekc inkt is doorgehaald, staat het te bezien, of l
Anna dat protest wel heeft ingediend: het kan ook van eene andere
hand zijn.
Het oordeel over de honderd achtregelige gedichtjes kan gunstig "ll
luiden: later moge Anna met nog grooter gemakkelijkheid de pen ge-
voerd en blijk gegeven hebben van meerdere geoefendheid, stellig van ;r
meerdere kunstvaardigheid, vooral op het stuk van kortheid en bon- j
digheid: wij hebben alle reden den Hr. Schinkel dankbaar te blijven t
voor zijne keurige uitgave, die ons in staat stelt de vertaling zoowel
te vergelijken met ’t oorspronkelijke als op zich zelve te beschouwen.
En ofschoon de palm wellicht aan mevr. de Montenay zal behooren.
te worden toegekend, Anna’s eerstelingen zijn als primulae veris, die
l de verwachting van een schoonen zomer opwekken. Al ware het alleen gw
om den vorm, om den stijl der gedichten, die, en na het tijdvak "
l) Scheltema, t. a. pl., bl. 77; De Bruyn, t. a. pl., bl. 2.
2) Thijm, Portr., bl. 231. 1
3) Schinkel, t. zt. pl., Inleiding, bl. XIV.
~".
_ l
b
i