HomeAlgemeen stemrechtPagina 29

JPEG (Deze pagina), 842.01 KB

TIFF (Deze pagina), 6.22 MB

PDF (Volledig document), 25.64 MB

medeburgers, die in die kommissie ter beoordeeling zaten,
l kunnen vragen: wie heeft u aangesteld tot rechter over
ons? Is dat wederom geen aanmatiging uwerzijds? Maar
., die eisch is ook naïfl Verbeeldt u, dat die gevreesde
klerikalen eens aan het roer kwamen, zij zouden natuur-
.2 lijk hun geestverwanten benoemen om dat examen af te
L nemen. En dezen wezen eens allen of de meesten af, die
anders dachten over staatsleer en staat. Dat zou onrecht
( zijn! Zeer zeker, maar het geschiedde op wettige wijze en
j het recht wordt zoo dikwijls verduisterd door wetten.
{ Voldoende kennis werd vereischt. Die bezat men niet,
S die kan men niet bezitten. Waarom niet? Om deze
( heel eenvoudige redeneering: onze meening over staat
i en staatsleer is de beste, de alleen ware, wie dus een
. andere meening dienaangaande heeft, weet het niet of
verkeerd en daar wij geen vrijheid hebben, om menschen
j toe te laten tot het burgerrecht, die het niet of verkeerd
~ weten, daarom wijzen wij ze ati En - die mannen
jj zouden op hun standpunt konsekwent handelen.
y Om een voorbeeld te nemen. Noemt men de socia-
1` listen niet dwazen, hun denkbeelden hersenschimmen en
_l dus dezulken zouden dadelijk als onkundig worden weg-
l gezonden. In elk opzicht is dus de zoogenaamde be-
' kwaamheidseisch onvoldoende; eenig nadenken over de
manier waarop dit geregeld zou worden, vonnist dien
eisch. Goedgemeend misschien blijkt dat beweren geen
hout te snijden. Aan een natuurlijk recht kunnen en
mogen geen willekeurige beperkingen gesteld worden.
Eindelijk komt men nog met iets aanslepen, dat een
argument moet heeten. Men zegt: de liberalen zou-
den het onderspit delven, dat zou een onheil we-
zen, daarom moeten we alles maar laten zooals het is.
Dit argument is cynisch van aard. Een eerlijk man
moet het niet durven gebruiken. Het veroordeelt zich-
zelf] omdat hetis een argument naar de uitkomst.
Neen het is meer dan dat, het is de erkenning, dat nu
onwettige en onrechtvaardige heerschappij der liberalen
plaats vindt, dus dat we leven in den tijd van liberale
onderdrukking en overheersching. Indien het waar is,
dat de liberalen niet de uitdrukking zijn van den volks-
wil, dan moeten we wenschen dat dit onrecht liever
heden dan morgen worde verwijderd. Want onderdruk-
king is onderdrukking, onverschillig van welken kant
g zij komt, of zij liberaal dan wel klerikaal geschiedt. En
ï.
Il
”i