HomeAlgemeen stemrechtPagina 24

JPEG (Deze pagina), 835.62 KB

TIFF (Deze pagina), 6.47 MB

PDF (Volledig document), 25.64 MB

toestanden zeer heilzaam geweest". De vrouw is bijzon-
der vatbaar voor klerikale invloeden en ook konserva­
j tief - zegt men. ja, omdat zij onkundig is. Verdwijnt Q
de onkunde, dan zal zij evenmin of liever niet meer
daaraan blootstaan dan de mannen. jf
Wenscht men die uitbreiding nog niet, het berust
alleen op gelegenheidsgronden en als dan de eisch {j
gesteld wordt van algemeen stemrecht voor alle meer- . "
derjarige burgers, dan mag nooit vergeten worden, dat gl
in beginsel ook het stemrecht toekomt aan de vrouw. ll
Intusschen moet er gewerkt worden aan de degelijke j
opvoeding der vrouw, dan zal het niet lang duren, of
die eisch zal door haar zelve gedaan worden, gelijk door fj
velen in Engeland en Amerika reeds geschiedt. *‘
Als we terugzien op den afgelegden weg, dan hebben A
we, onze redeneeringen resumeerende, verkregen: gelijk +|
recht voor allen is een onvervreemdbaar menschenrecht. jl
Waar plichten worden opgelegd en geen rechten ver-
leend, daar bestaat een ongelijkheid, die niet billijk is. X
De eisch, om door het uitbrengen van stem deel te
, kunnen nemen aan het afvaardigen van hen, die ’s lands
belangen zullen behartigen, is rechtvaardig en waar het ,‘
recht vaststaat, daar kan het verleenen van recht alleen
een vraagstuk van tijd zijn. Onze grondwet leert de
onderdrukking der meerderheid door een minderheid,
zij is het produkt van geldheerschappij, waar geld de Q
j eenige maatstaf is tot het verkrijgen van stem. Bij
onrecht kan de mensch op den duur niet leven en
naarmate de ontwikkeling toeneemt onder de niet-be-
zittenden, naar die mate zal het natuurlijk rechtsge-
voel zich verzetten tegen zulke toestanden. Bij half- A
heid leidt men slechts een kwijnend bestaan, daarom
zijn we met halve, kleine middelen niet gebaat, we
hebben behoefte aan een gezonden grondslag voor het ï
staatsgebouw.
Welke bezwaren kunnen er nu worden ingebracht [
tegen de invoering? Zietdaar het tweede gedeelte mijner
taak, waarin dus verdedigend te werk zal worden gegaan.
EERs’rEBEzwAAR: het volk is nog niet rijp voor ’
het algemeen stemrecht. .
Ik wil geen lans breken voor het hooge peil van
ontwikkeling, waarop ten onzent het zoogenaamde volk
staat. Integendeel wij erkennen dit. Stond het hooger,
we zouden niet meer strijden over een zaak als die wij
n