HomeAlgemeen stemrechtPagina 22

JPEG (Deze pagina), 800.15 KB

TIFF (Deze pagina), 6.30 MB

PDF (Volledig document), 25.64 MB

menschen zijn er niet, die naarmate zij ouder worden
meer en meer vergeten wat zij op de schoolbanken
geleerd hebben?" Dus in dat geval is het rationeelste
om te bepalen: kiezer is elk, die een getuigschrift kan
overleggen, dat hij de lessen der lagere school heeft
gevolgd. Daar zullen de voorstanders van die beperking
niet aan willen! Maar lezen, wat beteekent dat? Is dat
woorden spellen of den zin verstaan? In het eerste
geval beteekent het niets, in het tweede is de eisch
zwaar, zeer zwaar. Als we eens alle menschen wilden
buitensluiten, die bewijs gaven niet te kunnen lezen,
hun aantal zou zeer groot zijn, het zou worden samen-
gesteld uit allerlei soorten, tot zelfs zeer- en hoogge-
leerden, onder wie er genoeg zijn, die in dien zin niet l
kunnen lezen. ,
Door de slordigheid waarmede men veelal denkbeel­ _
den in zich opneemt, ontstaat veel kwaads; daardoor is
het lezen van velen dikwijls niet veel anders dan een ‘
voortdurende studie in verkeerd lezen. Ook is niet l
onaardig opgemerkt dat als men lezen en schrijven êver-
plichtend wil stellen voor het stemrecht, tevens moest
worden bepaald, dat ieder kiezer twee uur tijd had en _
daarin verplicht werd de verslagen van de zittingen der g j
lands- en gemeenteraadsvergaderingen te lezen. Neen,
het verband tusschen lezen en schrijven en tusschen de
rijpheid van oordeel is niet te vinden. Lezen en schrij-
ven zijn de middelen om tot oordeel te komen, maar
. nog niet het oordeel zelf. Buitendien wij mogen niet ·
vergeten, dat men toch eenmaal komen moet binnen
korter of langer tijd tot de invoering van leerplicht.
Heeft men geen recht om te onderstellen, dat de
wetenden het volk liever onwetend laten, waar zij in
de onderwijswet van 1878 geen gehoor hebben gegeven
aan de duidelijk uitgesproken wenschen van velen:
geeft ons kosteloos en verplicht onderwijs?
Men lette, hoe het volk voortdurend wordt afgescheept.
Geeft ons kiesrecht ­- zoo vraagt men.
Neen, luidt het antwoord, gij zijt niet bekwaam om
te kiezen.
Verschaft ons de middelen, om die bekwaamheid ons
toe te eigenen, geeft ons verplicht en kosteloos on-
derwijs.
Wederom neen, wordt geantwoord.
Is dat edel? Is dat beschaafd? Is dat . . . liberaal?