HomeAlgemeen stemrechtPagina 16

JPEG (Deze pagina), 823.62 KB

TIFF (Deze pagina), 6.30 MB

PDF (Volledig document), 25.64 MB

Y
venster van de geringe woning moet evenveel betaald l
worden als voor het groote raam van spiegelglas. j
Hetzelfde geldt van het volgende: haardsteden en
meubilair, die geen zuiver direkte belastingen zijn.
Eindelijk dienst- en werkboden. Over die belasting
in dien vorm zullen we maar liefst zwijgen, daar een
belasting waarbij menschen op gelijke lijn worden geplaatst
met zaken als deuren en vensters, zoo vreemd en erger-
lijk is, dat men zich schamen moest ze in dezen onzen
tijd nog te hebben. Evenmin zeggen we iets over de
opcenten - een belasting op de belasting! E
Zoo zien we, dat we eigentlijk geen direkte belastingen i
hebben en daar de indirekte belastingen het zwaartst ,
drukken op de min-gegoeden, daarom kunnen wij het
besluit trekken: het grootste deel der belastingen wordt .
opgebracht door de min-gegoeden. Staat er dus in onze E
grondwet (art. 122): ,,geene privilegiën kunnen
in het stuk van belastingen worden verleend", *‘
het is een doode letter, waar ons geheele belasting-
stelsel niets anders is dan EEN G1<ooT PRLVILEGJE, een
privilegie der bezittenden, waardoor de belastingen wor- j
den opgelegd in omgekeerde evenredigheid der draag-
kracht.
Het heeft den schijn, alsof de niet-bezittenden niets
en de bezittenden alles betalen. Is het dan niet hoog
tijd, dat men mee mag praten ook over de uitgaven
van den staat, dat men zelf toezicht kan houden waar
de gelden blijven, die opgebracht worden na verdiend ,
te zijn in het zweet des aanschijns?
De heer Van Houten verklaarde eens, dat ,,d0or aan- {
neming der successiebelasting in de rechte lijn de Staten-
Generaal, vóór het eerst sedert 1848, een belasting
hebben aangenomen, in welke zij zelve en hun kiezers
een evenredig deel zouden hebben te dragen." Dus in
al die andere belastingen dragen de leden der Staten- {
Generaal en hun kiezers, dat is dus het bezittende deel
des volks, in onevenredige mate bij. Te11 wiens nadeele ‘
' komt dat onevenredige, dat mindere? Natuurlijk van
hen, die niet behooren tot dat kleine gedeelte.
Vragen we, wat de Staat gedaan heeft, om een bil-
lijke verdeeling van de produkten des arbeids te ver-
krijgen of te bevorderen, om den arbeider te beschermen
tegen de overmacht en onderdrukking van het kapitaal,
om perken te stellen aan den dag aan dag toenemende T
J
i I