HomeAlgemeen stemrechtPagina 10

JPEG (Deze pagina), 851.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.28 MB

PDF (Volledig document), 25.64 MB

_ 3 ._ {
den vierden stand. Evenals toen het recht stond aan
de zijde van den derden, evenzoo staat het nu aan die
van den vierden stand. Indien men zorg draagt in dezen
strijd om zijn goed recht, dat men geen nieuwe privi-
legies vraagt voor zich zelven en weigert ze toe te staan
aan allen, dan is de zaak van den vierden stand de zaak
der geheele menschheid, omdat allen daardoor gelijk
recht verkrijgen. En anders zal het gaan als met den
derden stand, er zal wederom een nieuwe, een vijfde
_ stand opstaan door de privilegies, die men behield voor
zich en ze niet verleende aan allen en men wete: wie
privilegies zaait, zal omwenteling oogsten.
Indien dus de arbeiders zorgen te staan aan de zijde ,
van recht en waarheid, dan behoort hun de overwinning I.
zoo niet heden dan morgen!
Of zijn de arbeiders niet machtig? Vormen zij niet
de getals meerderheid in den lande? Indien zij dus allen
zoeken te verzamelen rondom de banier van het recht,
getrouw aan de oud-vaderlandsche leuze: ,,eendracht
maakt macht," dan kan het niet lang duren of uw wil,
de wil der meerderheid, zal wet worden, onze regeering
en onze vertegenwoordiging in de Tweede Kamer, ze
_ zullen worden een volk sstaat. j
Zijn ze dat dan nu niet? zoo vraagt misschien iemand. l
En hij beroept zich op de grondwet, waar in art. 74
staat: ,,de Staten­Generaal vertegenwoordigen het geheele J
Nederlandsche volk." Verder wijst hij op het Bijblad, ,
waarin de Handelingen der Staten­Generaal worden mede- ·¢
gedeeld ­­ wel te verstaan: de red evoeringen over I
de Handelingen! ­-­ en leest daaruit voor een ge-
deelte uit een redevoering van den eersten minister, mr. I
Kappeyne van de Copello, waarin deze, met zekere min-
achting sprekende over het volk achter de kiezers, dat ‘
als het ontevreden wordt, troonen omverwerpt en barri-
kades verdedigt, beweert dat er wel degelijk gesproken 1
kan worden van volksvertegenwoordiging, dat de Tweede j
Kamer het geheele Nederlandsche volk vertegenwoordigt. {
Wat zullen wij hiervan zeggen?
Vooreerst dat de minister zich zelf tegenspreekt. Hij
zegt dat de Tweede Kamer het geheele Nederlandsche
volk vertegenwoordigt en hij praat van ,,volk achter de ·,
kiezers." Hieruit volgt een tegenspraak. Want een van i
beiden: of ,,het volk achter de kiezers" - NB. de &
groote meerderheid! ­­ behoort niet tot het Nederland-