HomeDe Spoorweg Nijmegen ArnhemPagina 41

JPEG (Deze pagina), 878.05 KB

TIFF (Deze pagina), 6.98 MB

PDF (Volledig document), 36.15 MB

4 Z;
ee
De onderkant van den beton wordt gesteld op 6.00 M, de bovenkant op
8.00 M + AP. De bovenvlakte der pijlers is 4.00 M, verzwa1·ende tot op
de fundering tot 5.50 M. ,
. Volgens het vroeger aangenomen beginsel komt de bovenkant van de
spoorstaaf op 23.50 M + AP en de onderkant der brug op 22.50 M -§- AP;
_ voor het linker landhoofd en de drie stroompijlers, waaruit de bovenkant ij
der deklijsten gesteld wordt op 21.70 M + AP. E
E Van de derde groote opening af , daalt de spoorbaan onder 200 op *1 , i
waardoor de bovenkant van het regter landhoofd wordt 20.40 M + AP. i
p Q ' De stroompijlers worden samengesteld uit eene buitenbekleeding van
'_ hardsteen in portland cementmortel; bij de begrooting is daarvoor aange-
nomen de petit granit van de Ourthe. Die bekleeding is voor de ijsbre­
kers en de deklijsten de zoogenaamde pierre de taille, ter gemiddelde
l dikte van 0.75 M, en voor de vlakke gedeelten moellon piqué van de
Ourthe, gemiddeld dik 0.33 M.
Het binnenste metselwerk is van Waalklinkers in trasmortel.
‘ Bij de landpülers zijn alleen de ijsbrekers en de deklijsten in pierre de
taille, het overige is gewerkt van VVaalkli`nkers, voor de buitenzijden in
gl portland cementmortel, van binnen in trasmortel.
De funderingen der stroompijlers worden tegen ontgronding beschermd
door zinkstukken, die een kraag van 15 M om den pijler vo1·men, ruim-
schoots met ballaststeen bestort.
ig Bij de keuze van de wüze van overbrugging komen in aanmerking het
K stelsel van overbrugging en het te gebruiken materiaal.
De goed geconstrueerde stelsels voor den bovenbouw loopen, wat de
kosten betreft, weinig uiteen. Voor eene globale begrooting kan het bij de
Staatsspoorwegen gevolgde voor de groote bruggen te Kuilenburg, Bom-
mel, Orevecoeur, Moerdijk enz., als basis genomen worden. Wat den prijs
aangaat, heeft men dien te Bommel als maatstaf genomen, omdat die als
een gemiddelde te beschouwen is.
Als materiaal wordt bij de groote overspanningen voor de Staatsspoor­
wegen gebruikt, gewalscht ijzer voor de hoofdconstructie en staal voor de
dekdragers. Voor de kleine openingen enkel gewalscht üzer. Ook dat is
als grond voor de begrooting aangenomen. Niettemin zou het bij de voort-
gaande prüsvermindering van l1et staal een punt van nader onderzoek kun-
nen uitmaken of de geheele constructie der groote openingen niet met
voordeel van staal te maken zou zijn. Het komt mij voor dat het daar- j
bg de vraag zal zijn, of bij de groote openingen voor eene breedte van .
den bovenbouw van ongeveer 6.50 M en eene hoogte in het midden van
circa '18 M, de stabiliteit van zoodanige brug, waarvan de samenstel-
lende deelen zooveel ligter zullen zijn dan bij de tot hiertoe gebouwde , `
voldoende geacht kan worden.
Op grond van het bovenstaande, is de hierna volgende begrooting op-
­ . gemaakt, waarbij tot eenheidsprijzen zijn genomen die, welke uit de over-
bruggingen bij de Staatsspoorwegen, door de ondervinding als zeer vol-
doende zijn bewezen.
je _.
‘ O
A---- .-.. _ , M . . e . iv