HomeNederlandsche en Luxemburgsche ridderordenPagina 7

JPEG (Deze pagina), 772.81 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 17.12 MB

E
l
e 1
»
9 .
‘ De twee artikels der Nederlandsche Grondwet, waarin _
van Ridderorden sprake is, luiden als volgt:
Art. 64. Ridderorden worden door eene wet, op het voorstel {
des Konings, ingesteld. ’
Art. 65. Vreemde orden, waaraan geene verplichtingen ver- ,
t` ` bonden zijn, mogen worden aangenomen door den Koning, en _
met zijne toestemming door de Prinsen van zijn Huis.
In geen geval mogen de onderdanen des Konings vreemde
[ ordesteekenen, titels, rang of waardigheden aannemen, zonder
l ( zijn büzonder verlof.
Zün nu - dit is de vraag die wij te beantwoorden T
hebben ­ de Orden van de Eikenkroon. en van den Gou-
den Leeuw van het Huis van Nassau met een dezer wets- i
artikels, of met beide, in strijd? Men heeft van zekere
zijde daarop geantwoord: »_ja, en wel met a1·t. 64, om-
dat genoemde Orden niet door eene wet zün gesteld."
Inderdaad bestaan er slechts twee Ridderorden, (die ‘
van den Nede1·landschen Leeuw en de Militaire Willems-
E orde), welke, op de wüze in art. 64 de1· Grondwet be- J
A l »z doeld, door eene wet zgn tot stand gekomen. Deze twee
zijn dus, wettig en wel, Nederlandsche Ridderorden. `
. Is het echter waar, dat de Orden van de Eikenkroon
i en van den Gouden Leeuw van het Huis van Nassau,
omdat zä niet op de wijze, in art. 64 der Grondwet voor-
{ geschreven, zijn ingesteld, met die Grondwet in strijd zijn ?
Wanneer deze Orden voor Nederlandsche Ridder-
orden moeten doo1·gaan, dan, ja, bestaat er geen twüfel
t_ aan hare ongrondwettigheid. Immers, waar de wet zegt:
I »Ridderorden worden door eene wet ingesteld ," zal wel
, niemand aan die woorden eene andere beteekenis toeken-