HomeNederlandsche en Luxemburgsche ridderordenPagina 18

JPEG (Deze pagina), 854.83 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 17.12 MB

.,a.,.;r,,a:­­­..«,« i,,.»­­·­­­~­­u..­­»... rar., ,;,,1 "_,,· .....».,.­­­« ~­·­­­­«»~«*«r..,,;..v,a·=··-»«» iw ~­­­·«­·­·­·A­ï· « ·~»«grïw ~~·'*"
äj; ” ,
jl 16 1
En schrijver dezer bladzgden stemt volkomen met hunne
handelwijze in. ,
Vl Nu moge deze of gene advocaat zich aan zulk eene {
redeneering ergeren, - hij zal niet kunnen beletten, dat
lj? het gezond verstand sterker spreekt dan een gebrekkig ` ‘
M1 wets­artikel. Het is dan ook onnoodig, dit punt verder ,
te bespreken. Alleen zij er hier nog uitdrukkelijk op
ii gewezen, dat, zoo er al van overtreding sprake mocht
zijn, de beschuldiging van grondwets­overt1·eding dan nog
t‘·a uitsluitend de gedecoreerden zou treffen, - die volkomen ‘ “
vrij zijn om desverkiezende de in art. 65 bedoelde toe-
’ stemming te vragen, - maar in geen geval den door- j
luchtigen Persoon des Konings, Wien genoemd artikel ` i
” geenerlei verplichting oplegt.
.?, Dat de Orden van de Eikenkroon en van den Gouden
Leeuw van het Huis van Nassau geheel onafhankelijk
zijn van de Nederlandsche Grondwet, en dus niet tegen
lg deze kunnen zondigen; en dat Z. M. Willem III volkomen
fl i gerechtigd is, die decoratien te verleenen aan wien
goed acht, is in de voorgaande bladzijden duidelijk
uiteen gezet. Elke beschuldiging tegen den Persoon des gi
gj Konings, welke men uit de instelling van die Ridder- L;
o1·den zou kunnen putten, is derhalve geheel valsch, en
‘ · kan alleen aan grove onkunde of aan nog minder edele §
j oorzaken worden toegeschreven.
jg Er wordt echter hier en daar een ande1· bezwaar tegen
die decoratien te berde gebracht, waarin de Persoon des j
l Konings wel niet is betrokken, maar dat hier toch ook
jl dient besproken te worden.
$5 Men zegt namelijk, dat Nederlanders wel eens met die ‘l
decoratien worden begiftigd op verzoek of aanbeveling
il - het woord >>voordracht” zou hier misplaatst zijn -
j van Nederlandsche Ministers. Of dit werkelijk geschiedt J
l kan ik niet beslissen; doch zoo ja, dan kan ik zulk eene
1 1
ë ‘ E
P E
ll
V p
;
( J