HomeDe scheikunde als leer der stofwisselingPagina 6

JPEG (Deze pagina), 855.85 KB

TIFF (Deze pagina), 7.53 MB

PDF (Volledig document), 25.18 MB

4
rechter om de vergiften op te sporen en zoo mogelijk uit de
vergiftigde voorwerpen of uit de slachtoffers weer te voorschijn ‘
te brengen. Zij heeft de geheimen van allerlei technische be-
reidingen ontsluierd, door de materialen te analyseeren, den
gang der bewerking te verklaren, de samenstelling der verkre-
gen producten te bepalen, de onzuiverheden aan te toonen.
Daarom regelt en beheerscht zij thans voor het grootste gedeelte
een tal van fabrieken. Bij de smelterijen van metalen uit de
ertsen, bij de bereiding van porselein, van soda, van zwavel- ·
zuur, van verfstoifen, van zeep, salpeter, enz. is de Scheikunde l
de onmisbare leidster. Maar dat niet alleen: zij bedenkt elk
oogenblik nieuwe en betere methoden, uit eene toenemende
kennis van scheikundige werkingen en omzettingen tusschen
de grondstoffen geput. Zij wijst gedurig nieuwe grondstoffen
voor de bewerking aan, die zonder het licht der wetenschap ,
ongebruikt zouden blijven liggen. Zij schept geheel nieuwe J
takken van techniek, en verrijkt daarmede de maatschappelijke lï
samenleving. Bekend is het hoe Ghevreul door zijn onderzoek l
van de scheikundige samenstelling van vetten en oliën in 1811--
1823 de vader werd van de geheele industrie der stearinekaar­
sen en ons van eene goedkoope, deugdelijke lichtbron heeft
. voorzien, waarvan de bereiding als een model van volkomen-
heid mag gelden. Even bekend is het hoe door de wetenschap- .
pelijke onderzoekingen van Hoffman (den wijdberoemden hoog-
leeraar in Duitschlands hoofdstad) omtrent het steenkolenteer, de
prachtige aniline­kleurstofI`en zijn ontdekt, die thans in ’t groot
worden vervaardigd om wollen en zijden weefsels met de schit-
terendste en meest genuanceerde kleuren te voorzien. De on-
langs ontdekte bereiding van kunstmatige alizarine uit de
anthraceen van het steenkolenteer is een kostbaar geschenk van
Graebe en Liebermann aan de industrie, waardoor de meekrap
van onze Zeeuwsche akkers staat verdreven te worden, om ze
terug te geven aan den verbouw van graan en peulgewassen
en aan de voortbrenging van hoorngedierte en zuivel. ‘