HomeDe scheikunde als leer der stofwisselingPagina 28

JPEG (Deze pagina), 818.37 KB

TIFF (Deze pagina), 7.16 MB

PDF (Volledig document), 25.18 MB

t
26
van dierlijk leven; dat het de levende kracht der lichtstralen
is , die de stofwisseling te voo1·schijn roept.

De chaos der bewegingen van de planeten is ontward door i
de sterrekundigen, sinds zij de wetten van de algemeene aan-
trekkingskracht uit hunne waarnemingen hebben afgeleid, en I,
daarom kunnen zij de standen der planeten voorzeggen in de
toekomst, terugvinden in het verleden. Zoo ook zal de schei­
kundige door voortgezet onderzoek meer en meer uit den initia- `
len toestand van een stel atomen, die te zamen komen, voor- g
zeggen kunnen, welke stofwisseling zal plaats hebben, welke
verschijnselen zullen optreden, dus wat de toestand zal zijn als
de werking heeft plaats gehad. Hij zal meer en meer alle i
chemische verschijnselen leeren terugbrengen tot enkele grond-
eigenschappen der atomen, en zoo licht brengen in hetgeen ons
een chaos toescheen. In het verschiet zien wij den scheikun­ Y
. dige de vorming van suiker uit koolzuur en water aldus ver- f
klaren: ­- dat hij kan opgeven hoeveel atomen zuurstof, waterstof;
· koolstof er in de moleculen koolzuur en water aanwezig zijn, ­- F
met welke snelheid en op welke wijze die atomen zich daarin jv
bewegen en moeten bewegen om scheikundig in te werken,
­- hoeveel moleculen koolzuur en water moeten samenwerken, -
op welke wijze de noodige bewegingen door lichttrillingen daar-
aan medegedeeld worden, - op welken afstand de moleculen van i
elkander moeten zijn, opdat in overeenstemming met de wetten X '
der scheikundige aantrekking daaruit een suikermolecuul en
eenige zuurstofmoleculen ontstaan; ­-­ hoe de bouw is van het
suikermolecuul uit koolstof, waterstof en zuurstofatomen, ­-
welke plaats elk atoom in het molecuul inneemt, ­­ welke è
bewegingen het uitvoert, ­- welke energie in elken vorm het bezit ,
- en welke werkingen de suikermolecuul krachtens die constitutie
in het dierlijk lichaam kan uitoefenen.
Hoe ver nog verwijderd van dat beloofde land, schijnt het ons niet
Sr