HomeDe scheikunde als leer der stofwisselingPagina 25

JPEG (Deze pagina), 826.30 KB

TIFF (Deze pagina), 7.23 MB

PDF (Volledig document), 25.18 MB


F
I
23
1 atomen in vrijen toestand. Als de koperplaat en de zinkplaat
i buiten de vloeistof om aaneengehecht worden, bewegen zich de `
­. vrijkomende atomen in de vloeistof in bepaalde richting, en er
onttrekken zich aan de stofwisseling ter eener zijde, tegen de
` koperplaat aan, koperatomen, ten anderer zijde, tegen de zink-
p plaat aan, sulphaatatomen, die dadelijk met zink zich verbinden, A
A terwijl er warmte vrij wordt.
l Eene groote hoeveelheid aldehyde gaat door eene kleine hoe-
`A veelheid zoutzuur allengs in crotonaldehyde over. Dit verschijnsel
‘ laat zich door de gegeven beschouwingen thans nader verklaren.
1 Als zoutzuur of chloorwaterstof in water is opgelost, heeft er
eene aanhoudende binding en scheiding van chloorwaterstof-
en watermoleculen plaats. De ehloorwaterstof-watermoleculen
ä bewegen zich door de vloeistof in alle richtingen en daaronder
ä zijn er eenige vrije chloorwaterstofmoleculen; deze ontmoeten bij
of gelegenheid een aldehydmolecuul en de statische stofwisseling
wordt hier dynamisch. Het chloorwaterstofmolecuul onttrekt
waterstof en zuurstof aan twee aldehydmoleculen, en wordt
weder een chloorwaterstof-watermolecuul, hetgeen de werking
i' op andere aldehydmoleculen kan voortzetten; maar de overblij-
5 vende atomen der twee aldehydmoleculen verbinden zich onder
l warmteontwikkeling tot crotonaldehyd. Hetzelfde verschijnsel
’ kan men met chloorzink te voorschijn brengen, omdat chloor-
zink in water eene analoge statische stofwisseling ondergaat,
zoodat er elk oogenblik door de atoomwisseling eenige chloor-
' waterstof- en zinkoxydmoleculen aanwezig zijn. En dat nu de
" temperatuur de werking bespoedigt is duidelijk; wordt de vloei-
stof warmer, dan bewegen zich de cliloorwaterstofmoleculen snel-
ler en zij hebben dus kans om in korteren tijd meer aldehydmole-
culen te ontmoeten.
De gisting levert ons een ander voorbeeld van toepassing.
Eene oplossing van suiker en water verkeert in betrekkelijke
rust, er kan slechts statische stofwisseling in plaats hebben.
Een levende schimmelcel wordt er in geworpen. Daarin heeft
n
l