HomeDe scheikunde als leer der stofwisselingPagina 23

JPEG (Deze pagina), 696.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.39 MB

PDF (Volledig document), 25.18 MB

`
j 21
Eenige honderden of duizenden van trillioenen zijn in een kubiek-
I centimeter vloeistof opgehoopt. Denkt men zich met Thomson {
> een vloeibaar of vast lichaam ter grootte van een erwt zoo sterk
1 vergroot dat zijn volumen gelijk is aan dat van de aarde, dan .
( zullen de evenredig vergroote moleculen daarin een volumen
J aannemen grooter dan een hagelkorreltje , kleiner dan een eric-
ketbal. Worden de moleculen door sterker afkoeling of samen-
persing vast, dan wordt hunne voortgaande beweging nog lang-
l zamer. Zij komen zelfs een kleinen kring niet uit, waarin zij
l zich blijven bewegen. Zij verplaatsen zich niet meer door el-
l kander heen. In dien toestand kunnen er nieuwe moleculen ont-
staan, uit een veel grooter aantal van gelijksoortige atomen op-
l gebouwd, dan zulks in den gastoestand mogelijk is.
l l
i ' 2
E Zoo zeggen wij dan nog met Lucretius van de moleculen: ,
nulla quies est
reddita corporibus primis per inane profundum.
als zij in den gastoestand verkeeren: 1
assiduo varioque exereita motu
partim intervallis magnis confulta resultant.
, als zij in den toestand van vloeistof zijn: l
ll pars' etiam brevibus spatiis vexantur ah ictu.
en wanneer zij in vasten toestand verkeeren:
et quaecunque magis condenso conciliatu
i exiguis intervallis convecta resultant
impedita suis perplexis ipsa iiguris.
Doch wij kennen, althans vermoeden met groote waarschijn­
j` lijkheid, nog meer atoombeweging. Onze waarnemingen nopen
l ons aan te nemen dat wanneer twee atoomcomplexen of mole-
culen zich in vloeistoflen of in gasvorm nevens elkander be-
wegen, zij voortdurend in aanhoudende stofwisseling zijn, d. i. van
lg atomen verwisselen. Wij lossen bijv. eenige moleculen chloorkalium