HomeDe scheikunde als leer der stofwisselingPagina 18

JPEG (Deze pagina), 814.13 KB

TIFF (Deze pagina), 7.30 MB

PDF (Volledig document), 25.18 MB

ir
K 16
men het vraagstuk niet dieper opvat, dan nog is er ontzachelijk
veel in deze richting te onderzoeken. Kunnen wij bijv. de vor-
ming van speksteen uit een veldspathgesteente ons verklaren rb
door de inwerking van een magnesiumzout op het kaliumsilicaat: `
uit welke verbindingen de graniet is ontstaan, blijft nog onbekend.
Kunnen wij de vorming van suiker uit koolzuur en water,
onder vrijwording van zuurstof, aannemen: uit welke verbin-
dingen de eiwitstof in de plant ontstaat, is onzeker; evenzoo hoe
zij, in het lichaam_tot bloedalbumine geworden, in een spierdeeltje T
overgaat. ·
Denken wij hierover door, dan komen wij tot het inzicht , dat wij
. wel weten waar de elementen blijven, maar dat wij niet al_ de
opeenvolgende scheikundige verbindingen en ontledingen kennen,
die een element doorloopt bij elk verschijnsel van stofwisseling.
Onze uitkomsten bevredigen ons niet; wij willen bovendien de
noodwendigheid dezer verschijnselen uit de aanwezigheid van de ç
verbindingen afleiden. Wij wenschen eenmaal te kunnen aanwijzen , i
hoe uit de grondeigenschappen van koolstof , zuurstof en waterstof,
uit den geheelen bouw van een koolzuur- en waterdeeltje, uit
hunnen initialen toestand, volgen moet, dat zij in aanraking met
het protoplasma van de plantencel door het arbeidsvermogen
van eene lich.ttrilling noodwendig een suikerdeeltje moeten vor- I
men. Wij weten dat tot zoodanige verklaringen noch een Archeus _
in de maag van van Helmont, noch de levenskracht van Liebig ll
ons kunnen helpen, en dat wij de waarschuwing moeten indach­
tig zijn:
Wo Begriffe fehlen, da stellt zu rechter Zeit ein Wort sich ein.
Het zijn de elementen niet, die de stofwisseling bepalen, als l`
men bij een element aan niets anders denkt dan aan het atoom-
gewicht, en aan een zeker aantal der meestbekende eigenschappen.
De elementen verbergen nog veel meer dan hetgeen wij reeds
hebben waargenomen. Wij kunnen daarom hunne speciüeke wer- S
o