HomeDe scheikunde als leer der stofwisselingPagina 12

JPEG (Deze pagina), 843.01 KB

TIFF (Deze pagina), 7.45 MB

PDF (Volledig document), 25.18 MB

10 ‘
Getuige Boyle in 1661 , die spreekt van exiguae particulae,
j· diversis magnitudinibus et figuris instructae, varieque motae,
ll welke particulae verbindingen vormen (coalitiones) en de ver- ·'
scheidenheid der lichamen te weeg brengen. U
i Gij weet het allen, het zijn de ontdekkingen geweest in ’t
M laatst der vorige eeuw, van Black, Cavendish , Scheele, Priestley,
Lavoisier, en na hen van Dalton , Thomson, Berzelius, die aan
lj de reeds lang gistende ideën en als het ware nog rondzwevende
E vermoedens vastheid en rijpheid hebben gegeven.
Er werd werkelijk een beperkt aantal grondstoffen, elementa,
ontdekt, die uit alle stoffen konden afgezonderd worden, en A
1 waaruit alle stoiïen bleken te bestaan, die men onderzocht. Die 9
elementen kon men niet verder splitsen in nieuwe homogene `
{ stofdeeltjes. Door scheikundige ontleding kwamen zij uit de
G stoffen te voorschijn; door ze te verbinden werden nieuwe stoffen
1 gevormd met andere eigenschappen; door ze in de verbindingen ·
te verwisselen evenzoo. En wat nog meer zegt, die elementen
verbonden zich met elkander in vaste gewichtsverhoudingen, ,
j zoodat aan elk element een eigen verbindingsgewicht-getal kon ii
toegekend worden. ln dezelfde gewichtsverhouding kwamen zij
uit hunne verbindingen vrij. Door deze ontdekkingen mocht men J
nu met veel grooter waarschijnlijkheid dan vroeger aannemen 1
W dat de verscheidenheid der dingen wordt bepaald door het ver-
j schil in elementen en in hunne gewichtsverhouding; ook door het
verschil in de wijze waarop de elementen met elkander verbon­
‘ den zijn, voorzoover men daaromtrent de eerste hypothesen be-
gon op te stellen. Wat daaraan niet mocht toegeschreven wor-
den, kon men als het gevolg van verschillende andere mede-
- werkende krachten beschouwen, en deze laatste voorloopig naar
het gebied der natuurkunde verwijzen. °j
Stolïelijke veranderingen dus, als roesten, verweren, verstee-
nen, verbranden, verrotten, verteren, vergisten, verkleuren, ïj
Q moesten het gevolg zijn van die eigenaardige verbinding of ont-
i leding der lichamen, waarbij de samenstellende elementen zich
a
E
ii
i
___ . ‘g j