HomeOver: Onze kustverdedigingPagina 6

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 7.82 MB

PDF (Volledig document), 41.57 MB

I
l.
#1 4 ‘
[gl . .
{il werking der kustartillerie, de pantsering aanmerkelijk te verzwaren. Niet ‘· l #
alleen namen hierdoor de kosten der gepantserde schepen in hooge mate toe, {
`_ { maar tevens werd het al moeilüker, de steeds grooter wordende massa’s met
.. { de gewenschte snelheid voort te bewegen. Van toen af laat zich een streven ·
{ opmerken om pantserschepen te verkrügen, die zware pantsering, groote snel- l
heid en de krachtigst mogelüke geschutuitwerking als eigenschappen in zich
; vereenigen. Als zoodanig verdient genoemd te worden de Hercules, in 1868 j
lj te Ohatham te water gelaten. Dit merkwaardige schip, dat bg een lengte ._
van 99 M. een breedte heeft van 18 M., bezit een pantsering aan de batterij {
j, van 26,6 cM. op de waterlijn en van 24 cM. daarboven. In de batterü voert ·
Q de Hercules vier kanonnen van 25 cM. aan elk boord, twee van 23 cM. in de ·‘
geblindeerde batterij vóór en even zooveel achter. Bovendien heeft de Hercules
j op het dek nog vier kanonnen van 19 cM. en is hü voorzien van een ram. De
{ maximum­diepgang is 8,15 M., en de snelheid die bereikt is, wordt opgegeven
‘ te zün 14,7 mijl. Een ander type is de Thunderer, die slechts 90 M. lang
en 20 M. breed is, en een pantsering heeft, afwisselende van 35,6 tot 30,5 cM.
De diepgang is 8 M. Het schip heeft twee torens, voerende elk twee vuur- ‘
monden van 31 cM., en loopt een vaart van 14,5 mijl. . V
· Men ziet uit de enkele bijgebrachte getallen dat de groote gepantserde I
¤ schepen van onze dagen, instede van, zooals men oppervlakkig zou vermee­ _
- nen, minder snelheid te bezitten dan andere oorlogsstoomschepen, bü deze , ._
in dit opzicht in het geheel niet achterstaan. Wanneer men daarbü over- ; . V
weegt dat zü met evenveel gemak kunnen manoeuvreeren, en acht geeft _·
{ op hunne geduchte wapening en op het zware pantser dat hen beschermt, e
dan beseft ieder welke overwegende bezwaren er aan verbonden zijn om het " { t
nl forceeren van een vaarwater aan een vüandelijke pantservloot te beletten , en l `
is men, met de voorbeelden van Mobile, Vicksburg en andere voor oogen, ·
geneigd om op dit oogenblik de pantserschepen als overwinnaars in hun wed-
i strüd met het kustgeschut te begroeten. Mag men daarom, zonder voor- ,
{ behoud, aannemen dat elk vaarwater, hoezeer verdedigd door zwaar gewa­ .
{ pende batterijen, altüd door een vloot van pantserschepen kan worden gefor·
l ceerd? In geenen deele. Geen vloot van pantserschepen toch, hoe machtig E è
{ ook, zal een onderneming als hierbedoeld durven wagen, zonder een voldoende ,
kennis te bezitten der vaarwaters en zonder te weten dat die vaarwaters toe- I I
{ gang geven naar een veilige reede. Bij het gemis dier kennis en tevens van
{ de zekerheid dat de verdediger geen overmachtige scheepsmacht heeft, zou I
” een poging tot het forceeren van een behoorlijk door geschut verdedigd vaar-
j, water een roekelooze onderneming zün. Maar bovenal moet de aanvaller de {
overtuiging hebben dat het vaarwater niet is versperd; want is het van den {
eenen kant volkomen juist dat elle vaarwater, dat niet versperd is, steeds door
een talräi/ce vloot van pantserschepen geforceerd kan worden, hoe sterk ook door
tc batterz_)'en of vaartuigen verdedigd, evenzeer is aan te nemen, dat geen verdedigd ~
{l vaarwater geforceerd kan worden dat goed versperd is. Aan VON SCHELIHA j ‘
ll =
l r