HomeOver: Onze kustverdedigingPagina 42

JPEG (Deze pagina), 955.52 KB

TIFF (Deze pagina), 7.49 MB

PDF (Volledig document), 41.57 MB

.
ie i ­
40
ë.
Eindelijk wil de Schrijver, ten einde het voortrukken van den gelanden j
vijand te beletten, de kust van den Helder tot aan den Nieuwen Viïaterweg in
vier vakken verdeeld hebben, en die vakken, bn het uitbreken van een oorlog
met een mogendlieid welke ons over zee kan aanvallen, door veldschansen g
doen versterken. Daartegen is ingebracht dat die afsluiting voor Noord-Hol-
land, ook met het oog op de mogelijkheid eener landing op de oostkust van dat
gewest, weinig afdoende is; voorts in het algemeen, wegens de groote natuur-
lijke sterkte van het terrein in de provinciën Holland niet volstrekt nood-
zakelijk moet geacht worden; en eindelijk geenszins, zooals de Schrijver zich ii
ten onrechte voorstelt, gelegenheid tot offensieve handelingen aanbiedt. E

Omtrent geen onderdeel onzer landsdefensie worden zoovele, met elkander
strijdige zienswijzen verkondigd als ten opzichte der kustdefensie. Die mee-
ning, in den aanhef van dit opstel vooropgezet, wordt door de voorafgaande
beschouwingen op nieuw bevestigd. Maar ook weinig onderwerpen zijn, en
vooral in dezen tijd van overgang, moeilijker te behandelen, dan juist het 3
vraagstuk der kustverdediging, en in het bijzonder is dit het geval wanneer
het een regeling geldt voor een kleinen staat als Nederland, met zijn uitge- ;(
strekte kust en talrnke zeegaten, doch beperkte materieele zoowel als per-
soneele krachten. Te grooter znn de verdiensten van den Heer DEN BEER `
POORTUGAEL, die niet schroomde de taak op zich te nemen een verhandeling
over dit onderwerp te leveren; een verhandeling, die ongetwijfeld zal bijdragen g
om de kennis van de verdediging des lands aan de zeezijde meer algemeen ij
te verspreiden en tevens om de aandacht op dit allerbelangrijkst onderdeel ?
onzer defensie, dat nog zooveel voorziening eischt, te vestigen. De tijden zijn l
verre dat een Nederlandsche vloot, meester van de zee, die des vijands in
hare eigene havens bestookte en als zegeteeken het vijandelijk admiraalschip
naar het Vaderland medevoerde; en het zou een streven naar het onbereikbare
zijn die tijden weder te voorschijn te willen roepen. Maar kunnen wu niet
meer, gelijk weleer, het meesterschap voeren ter zee, wel kunnen wij de
middelen bijeenbrengen om den vijand uit onze havens en van onze kust ver-
wijderd te houden. Het is waar dat, bij de dagelijks in aantal en belang-
rijkheid toenemende middelen van den aanval, ook de eischen van de verde-
diging hooger moeten gesteld worden. Juist hierin moet een spoorslag gelegen
zijn om niet langer te dralen met de verbetering onzer kustdefensie, maar
integendeel hoe eer hoe beter daarmede een aanvang te maken. Langer uit-
stel zou voor het Vaderland noodlottig kunnen zijn.
Arnhem, 20 September 1875. i
C. D. H. Sonnninnn. I;
·x `-ip-_