HomeOver: Onze kustverdedigingPagina 32

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.13 MB

PDF (Volledig document), 41.57 MB

30
Noord­Holland, de andere naar Zuid-Holland. Daar die troepen, in het geval'
van een verrassenden aanval, de landing niet zullen kunnen beletten, omdat
de gelegenheid zal ontbreken ze tijdig aan te voeren, moet »althans dadelijk
>>alles in het werk gesteld worden om den vijand te beletten terrein te winnen
»en zich van eenige belangrijke terreinafscheidingen meester te maken (bladz.
»!_t6)". Dit nu geschiedt volgens een door den Schrijver ontworpen en door
hem genoemde >>afsluitingstactiek", waarop nader wordt teruggekomen. `
Dat het een grondbeginsel is der strategie, om op de beslissende punten
steeds het meestmogelijke aantal troepen te vereenigen, is zeer juist; maar
of dat beginsel in dit geval wel mag leiden tot het geheel van troepen van
het leger ontblooten van de kust, schijnt minstens twijfelachtig. Niet alleen
gedurende de eerste dagen, wanneer men mag aannemen dat wel een aanval if,
te land maar nog geen aanval ter zee te duchten is, wil de Schrüver de kust
zoo goed als onbezet laten, maar hij wil dien toestand zoolang laten voort-
duren totdat de opperbevelhebber bericht heeft ontvangen >>van de insche-
>>ping en de afvaart der landingstroepen; dan breekt het tijdstip aan om het
rzwaartepunt der verdediging te verplaatsen van de Nieuwe Hollandsche of
>>de Zuider-waterlinie naar de kust (bladz. 39)". Brengt men dit evenwel in
verband met hetgeen vroeger wordt gezegd, namelijk: >>VVü mogen er ons
>>echter niet op verlaten dat de opperbevelhebber van de afvaart der landings-
>>vloot zal worden onderricht, maar moeten van de nog ongunstiger stelling
»uitgaan, dat wij van het uitloopen der väandelijke vloot niets weten vóór wij
»haar zelf voor onze eigen kust zien (bladz. 37)", dan moet daaruit worden afge-
leid, dat, als een gevolg der regeling van den Heer DEN BEER, ook naar zün
eigen meening, de troepenverplaatsing tot het afweren der landing in den
regel eerst zal aanvangen nadat het bericht , dat de landingsvloot in het ge- l
zicht is, bij het hoofdkwartier zal zijn ontvangen. Hoedanig zal alsdan de
toestand zijn op onze kust? Ter observatie zullen zich daar dan vermoedelijk
bevinden de twee regimenten cavalerie, die er heen gezonden zijn, zoodra zij
»van de oostelijke of zuidelijke grens zijn teruggekomen? Tot het te keer gaan
der landing zal die ruiterü niets kunnen büdragen. Ik neem hierbij het gun-
stigste geval, want het zou ook kunnen gebeuren, dat onze cavalerie nog
niet ware teruggekomen, en dan zou de vijandelijke vloot op het strand alleen
aantreffen de op een paard geplaatste schutters, die vroeger bij de cavalerie
hebben gediend, >>en de Nederlandsche yeomanry op gerequireerde of nog niet
>>voldoend voor de veldescadrons afgerichte paarden/’ Zelfs wanneer men j
zich daarbij aangesloten denkt de Noordhollandsche dienstdoende schutte­ ‘
rijen, die de Heer DEN BEER als >>bangmakers" wil doen fungeeren, dan nog
i blijft, met volkomen eerbiediging van den goeden wil en den ijver dier schut- ·
terijen, elk denkbeeld van ernstigen tegenstand geheel uitgesloten. De in y
opmarsch zijnde twee divisiën kunnen evenmin de landing bestrijden, omdat
zij, ook bn spoorwegvervoer en aangenomen dat het rollend materieel in vol- 4 ]
doende hoeveelheid heeft gereed gestaan, daartoe te laat zullen komen; en a (