HomeOver: Onze kustverdedigingPagina 30

JPEG (Deze pagina), 975.64 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 41.57 MB

r
ii
28
F
door onderscheidene sprekers noodig geoordeeld, en dit getal schijnt wel =ï
gerechtvaardigd. LQ
Volgens het voorafgaande zouden wij d.us, tot het ter zee verkennen en op- Yi
houden van den vüand, noodig hebben 3 ramtorenschepen, 6 staunches en
10 éclaireurs. Dit materieel, het behoeft nauwelijks vermelding, moet geheel
zijn afgescheiden van dat, voor de locale verdediging vereischt, hetwelk, Q
volgens het vroeger daaromtrent bijgebrachte, bestaat uit 8 ramschepen, 14 moni­
tors en 20 staunches. Het drijvend materieel, voor de verdediging des lands aan
de zeezijde, zou dan bestaan uit 3 ramtorenschepen, 8 ramschepen, 14 monitors, ~<
26 staunches en 10 éclaireurs. Vergelijkt men die cüfers met hetgeen wij
op dit oogenblik voor gezegd doel bezitten, te weten4ramschepen, 10 moni­
tors en 10 staunches, dan ontbreekt daaraan zeer veel. Komen evenwel de 15
plannen van den tegenwoordigen Minister van Marine tot uitvoering, dan zal i
die zeemacht in 1880_bestaan uit 6 ramschepen, 14 monitors en 24 staun­
ches, om van de riviervaartuigen en torpedo·booten niet te gewagen. Het
totaal meerder gevraagde komt dan neer op 3 ramtorenschepen, 2 rammen,
2 staunches en 10 éclaireurs Maar dat meerdere zou dan nog_ ontbreken ij ,
over vijf jaren. En vijf jaren is een lang tüdsverloop, waarin veel kan ge-
beuren! ,
,
. .. ii ‘
Na de rol besproken te hebben, welke de marine te vervullen heeft bg j ,
het verijdelen van een landing op onze kust, moet de taak der landmacht ,
worden nagegaan.
In den aanhef dezer bijdrage zijn eenige omstandigheden vermeld, waaruit (
is afgeleid dat een landing op de kust heden ten dage met veel minder moei- g
lgkheden gepaard gaat dan vroeger. Kan daarom een landing niet meer j, (
worden belet? Zeer juist doet de Heer DEN BEER uitkomen dat er zich j
omstandigheden kunnen voordoen, waaronder een landing op de kust zeer 3
goed kan worden verhinderd, >>mits de verdediger niet beginne te gelooven j,
»dat het niet kan en verder niet zelf door zijn verkeerde maatregelen de Z
»onderneming van den vijand in de hand werke (bladz. 32)". VVij moeten In
jl
dus wel degelijk in alle opzichten onze maatregelen nemen om de landing te S
keer te gaan; en naarmate onze overtuiging dieper gevestigd is omtrent de ,)
_________... »

gewapend worden met een getrokken kanon van 23 0M. , twee kanonnen van 18 cM. en vier van 12 cM. , D
een stoomvermogen bezitten van ruim 2000 indicator paardenkrachten »en daarmede een snelheid h
nmoeten behalen van l3 à 14 mijl". Deze stoomschepen, van welke de Atjeh, waarvan in het Q »
begin van 1875 de kiel werd gelegd, de eerste is, schijnen dus voor het opgegeven doel geschikt. ii
(4) Aangezien, van de nieuwe schroefstoomschepen 1ste klasse,2 bestemd zijn voor het auxiliair »
V eskader in ()ost­Indiê, 1 of ‘2 voor oefening en vertooning der vlag, terwijl er 3 of 4 in reserve ii >)
komen, is het wel denkbaar dat over laatstgenoemd aantal, ten allen tijde, hier te lande zal kunnen 3
worden beschikt in het belang der landsverdediging. Deze zouden dan in mindering kunnen komen _
van het gewenschte getal, dit alzoo tot 6 of 7 terugbrengen. Evenwel zij opgemerkt dat, volgens O‘
de tegenwoordige plannen, de zeven nieuwe schroefstoomschepen der 1ste klasse eerst in het jaar li I`1
1884 allen zullen zijn voltooid. 1, g,

al

ii
ii