HomeOver: Onze kustverdedigingPagina 28

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 7.43 MB

PDF (Volledig document), 41.57 MB

le ii
zo *3;
gelegen, zoodat onze staunches, die voorzichtigheidshalve wel een 300 M. van
l het zacht afloopend strand zullen moeten afhouden, bu de vervulling der hun i
i opgelegde taak op een maximum.-afstand van 1000 M. van de zwaarste vijandelijke
ll schepen zullen verwüderd blüven. Kan men zeggen dat de staunches binnen
dien afstand aan kanonnen van 30 cM., zooals in de wapening van de Mozzarch i
l' en de Devaszfazfion zijn begrepen, of wel van 32 cM. , zoo als o. a. op de Redou-
l table worden aangetroffen, een »geringe trefkans" aanbieden? De l§n van
50 dM. diepte is gemiddeld niet verder dan 800 M. van. het strand verwijderd.
j Door schepen van niet meer diepgang kunnen dus onze vaartuigen zelfs binnen
l 500 M. afstand beschoten worden. Maar bovendien zou ik de vraag wenschen
il te stellen, of niet de vüand aan onze lichte vaartuigen, die zich tusschen de
li kust en de diepwaterlün ophouden, vaartuigen van gelijken diepgang zal over-
. stellen? Staunches of Farcy’s toch kunnen zeer goed met de transportvloot,
welke natuurlijk goed weer kiest, den overtocht van Engeland of Frankrük
ii naar de Hollandsche kust verrichten. Waar blijft dan het voordeel onzer ,i
jr , ondieptredende scheepjes? Alles wel beschouwd, komt mij niet alleen de
jj toestand van de op zichzelve staande lichte scheepsmacht, welke de Heer DEN
l. ‘ BEER tot offensieve werking tegen vüandelijke landingen wenscht, zeer hachelük jl
voor, maar ben ik overtuigd dat het een illusie is, zich voor te stellen, dat wij
j met >>een aantal kleine, snelloopende, ondieptredende scheepjes, slechts met
l »schrootkanonnen gewapend en onze staunches" een onderneming op zoo
, groote schaal, als een landing op de Hollandsche kust noodwendig zal zijn,
zullen kunnen verijdelen. Billükheidshalve zij hier dan ook nog vermeld, dat j
Q A de Schrijver, op de door mü hierboven aangehaalde regelen, laat volgen, dat
? op zoodanig succes echter niet mag worden gerekend, dat in den regel onze
j Q marine een landing slechts zal kunnen bemoeilijken doch niet beletten, en
j A dat de verdediging der kust derhalve hoofdzakelijk op de landmacht moet
ij neerkomen.
Tusschen de eischen van den Heer DE BAs, die aan Nederland een pantser-
vloot voor den dienst buitengaats en het verijdelen van landingen wil sehen-
ken, en de zienswijze van den Heer DEN BEER, volgens welken het aandeel al
li der marine aan de verdediging der kust tot zoo goed als niets wordt terug-
lj gebracht, ligt een middenweg, die leidt tot het bezit van enkele groote
vi pantserschepen tot het optreden buitengaats, opdat niet zou moeten toegelaten
ii worden, dat zelfs de meest onbeduidende vüandelijke scheepsmacht voor onze 1
zeegaten of nabü de kust positie zou kunnen nemen; voorts om onze éclai­
i reurs en staunches behulpzaam te zün om naar buiten te komen, en eindelijk
om, zooveel mogelijk, de gelegenheid op te zoeken om de` vüandelüke trans-
portvloot schade toe te brengen - men denke a.an de rol van de Merrimczc á
‘« op de reede van Hampton - of wel de staunches daartoe in staat te stellen, ~
i door ’s vüands groote oorlogsschepen bezig te houden. Hier is dus geen
sprake van het beletten der landing door de vloot als doel; maar bestaat de j
ï taak, welke de pantserschepen zullen hebben te verrichten, in het bemoei- ,
·
;
2
(Q`,