HomeOver: Onze kustverdedigingPagina 26

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 7.46 MB

PDF (Volledig document), 41.57 MB

1, {
24 E
l
E orde voor anker zal komen, dan het geval zou wezen, wanneer wü geen ,-
j offensief handelende marine in zee hadden gehad, en dat er dus tüd gewon­
j nen is in het belang van het Leger, dat de landing moet tegengaan; maar
l is het wel geheel billijk aan die uitkomst zooveel waarde toe te kennen,
als de Heer DE BAS doet, die beweert dat, zoo vervolgens de landmacht door
het werkzaam geschut- en geweervuur het aan wal komen verüdelt, »dit in
« »beginsel zal zijn geschied door de zeemacht, welke daartoe de mogelijkheid V
Q zal hebben daargesteld"? (1). dunkt, met allen eerbied voor den be-
toogtrant van den spreker in de Vereeniging ter beoefening van de Krügs­
_ wetenschap, dat op die gevolgtrekking, hoe vernuftig overigens ook te pas
li gebracht, wel iets valt af te dingen. Ongetwüfeld zal, in het onderstelde
jl geval, de zeemacht tot het goede resultaat hebben bijgedragen; maar het gaat
niet aan te beweren, dat het ophouden der vüandelüke vloot door de onze ei
zou gelükstaan met het verijdelen der landing. Gaat de practische uitkomst,
l· welke de Heer DE BAS zich met zijne offensieve zeemacht voorstelt, ten slotte _
niet verder dan het signaleeren en ophouden der landingsvloot, dan kan een
E dergelijk resultaat met veel geringer middelen verkregen worden. Uit het
li geheele betoog, dat hier ter sprake wordt gebracht, blijkt overtuigend dat
de voorsteller alles behalve de zekerheid heeft, dat zelfs de voor ons kleine
land inderdaad belangrüke offensieve zeemacht, welke hij wenscht te schep-
l pen, tegen die des vgands zal zijn opgewassen. Het is overigens in de boven- pi
{ bedoelde vergaderingen der Krijgswetenschap-vereeniging in het licht gesteld, i`
Y dat het voor onze actieve marine, welke ook de uitbreiding moge zün die
men haar kan geven, bij de als ’t ware met den dag toenemende ontwikkeling
` van de actieve marine der groote mogendheden, niet mogelijk is een landing
3 te beletten, wel te bemoeiltïken.
i Hulde brengende aan de bedoelingen van den Heer DE BAS en aan de
ll wijze, waarop hij züne overtuiging heeft trachten te doen ingang vinden,
geloof ik evenwel, in sträd met züne stelling, dat als regel moet gelden, dat
pogingen om op onze kust te landen, kunnen en moeten bemoeilükt worden
door de zeemacht, maar dat het in beginsel de landmacht moet zün die de
landing verijdelt. In stede alzoo van ons uit te putten tot het scheppen, onder-
houden en bemannen eener actieve of offensieve zeemacht, moeten wij er in
l de eerste plaats op bedacht zijn, bü de organisatie onzer levende strüdkrachten _
deze zoodanig in te richten, dat het leger bü machte zü om, in verband met ‘
{ de maatregelen ter zee te nemen, het landen van een väandelüke macht tegen
2 te gaan. De Heer nn BAS heeft het cüfer van 40 a 50 millioen genoemd,
{ als kosten der door hem voorgedragen scheepsmacht, en hg heeft daarbü de
ll vraag gesteld of die eisch, hoe hoog ook, overdreven kan geacht worden?
~ Neen die eisch is niet overdreven, wanneer gg daardoor de zekerheid ver-
1, krügt, dat uwe ofïensieve marine een vijandeläke vloot het landen zal kunnen ïf
GE (1) Als voren.
l ’?
lp