HomeOver: Onze kustverdedigingPagina 21

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 7.74 MB

PDF (Volledig document), 41.57 MB

*19
wijze van verdediging niet veel te zeggen. Bij beide moeten een krachtig
fort en een paar monitors, in verband met een torpedoversperring, aan v§an­
delüke schepen het binnenloopen van de haven of den riviermond en tevens l
, het verblüf aldaar beletten. Voor het bepalen der plaats waar de forten moeten j
komen te liggen , dient voor elk hunner rekening te worden gehouden met de l
r locale omstandigheden. Voor zooveel het ontworpen fort aan het Amster-
damsche Zeekanaal betreft, schünt het plan te hebben bestaan, dit verde-
digingswerk de tweeledige taak te doen vervullen van verdediging van den
kanaalmond en verdediging van het kanaal zelf, in verband met het ontworpen
fort bg Velzen. Aannemende dat het eerstbedoeld fort aangelegd wordt op
omstreeks 500 M. van den voet der duinen - veel verder landwaarts in zal
het niet kunnen komen, let men op den afstand van 1400 M. dien de haven-
mond in zee uitspringt -­ dan is het 5500 verwijderd van het fort bü Velzen. j
Een bezoek aan het terrein schenkt de overtuiging dat de samenwerking tus-
sehen de beide forten niet büzonder krachtig zal zün. Maar dit moet, dunkt ll
mü, ook büzaak blüven; de hoofdzaak is, dat het fort een goed gezicht en
l tevens voldoende uitwerking hebbe op de haven en den havenmond. Hier-
door moet de plaatsing beheerscht worden, en wenscht men verder het geheele
' kanaaludoor Holland op zün smalst onder geschutvuur te houden, men legge
tusschen de beide hierbesproken forten een eenvoudig aardewerk aan. Of die
eisch evenwel niet te streng is, en of voor de verdediging niet op veldgeschnt
van het Leger kan en moet gerekend worden, is minstens twijfelachtig.
· De Heer DEN BEER Poonrneam. wil den havenmond afsluiten door een l
drüvende versperring en deze door de marine laten verdedigen. Bü de zeer
holle zee, die hier dikwüls staat, zou ik haast de mogelükheid _in twüfel gl
trekken of hier wel een drüvende versperring van eenige beteekenis ware aan Y
te wenden. In elk geval komt een torpedoafsluiting van den kanaalmond E
onmisbaar voor, en deze zal wel niet anders dan van uit het fort kunnen
· d worden bestuurd en verdedigd, gelet op de onmogelükheid om hiertoe op de J
hoofden een inrichting te maken. Deze noodzakelijkheid wüst almede op een
plaatsing van het fort in de onmiddellüke nabüheid der haven. J
Met opzicht tot de plaatsing van het fort aan den mond van den Nieuwen P
Q Waterweg van Rotterdam naar zee, behoeft niet dezelfde vrees te bestaan als A
· bü het Amsterdamsche Zeekanaal, dat namelijk het werk te veel landwaarts l
t in zal worden gelegd; de daartoe aangewezen plaats toch bü het Directie-
zijn uitgebaggerd tot de diepte van minstens 6,5 M. onder AP., met de aan die diepte evenredige {
bodembreedte. Voorts is de Maatschappij verplicht op den 1-sten Augustus 1876 op te leveren de .
· bovenbedoelde geul in de haven op de diepte van 7 tot 8 M. onder gewoon laag water en het kanaal
over zijn geheele lengte op het profiel daarvoor bepaald, zijnde een breedte afwisselend van {
125-60 M. en een diepte van 7,50 M. onder AP. of 7M. onder kanaalpeil. {J
Ten opzichte van den Rotterdamschen waterweg, verdient het feit vermelding dat het ramtoren­
schip Prins Hendrik, dat gelijk men weet een diepgang heeft van 47,5 dM., in de maand Mei ll.,
bij een waterdiepte van 5i dM., uit zee naar Rotterdam is gestoomd Hierbij mag echter niet on· F
vermeld blijven dat een der beide torens ontwapend was. ë
i
l
ï`ï!èl>‘Y#=r#·=’¥‘*-*¥ " ·‘"‘“^1"*"¤**’**‘¥*‘*‘T’*¤****""‘ `