HomeOver: Onze kustverdedigingPagina 20

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 7.75 MB

PDF (Volledig document), 41.57 MB

1.8
Met den Schrijver wensch ik voor onze Marine, bü een verdediging van het
Texelsche zeegat, een zooveel mogelük actieve werking (punt 43, bladz. 16-17),
en ook ik ben, blijkens het vroeger daaromtrent opgemerkte, van oordeel dat
die werking reeds met vrucht nabij den drempel van het WVestgat zal kunnen ,
beginnen. Maar aangezien wü onze Marine niet zoo sterk kunnen maken om
op den duur alleen de aanvallende vloot met kracht te bestrüden, is het juist t
om te gemoet te komen in hetgeen zij in kracht te .kort schiet, dat zij op
haren terugtocht punten moet vinden, alwaar zü opnieuw krachtig weerstand
kan bieden. Zulke punten zijn de forten en_ kustbatterijen; maar zullen zij
aan hunne roeping kunnen beantwoorden dan moeten zh niet ten halve gewa-
pend zijn. Een reden te meer alzoo, om, zonder langer dralen en vooral
zonder op de volmaaktheid te wachten, over te gaan tot de invoering van
zwaarder kustgeschut. Dat ook onze pantserschepen een zwaarder kaliber van
geschut behoeven, is reeds hierboven opgemerkt.
De Heer DEN BEER POORTUGAEL zegt in zijn werk (bladz. 15) geenszins te
willen beweren dat züne opvatting de eenige juiste zon zijn. Ik zeg dit wat
müne overtuiging betreft, en in het bijzonder ten aanzien der punten van
verschil, den geachten Schrüver na. Zooveel blijkt intusschen dat, hoe men
i < de zaak ook beschouwe, in elk geval tot verbetering der stelling van den '
Z . Helder veel wordt vereischt. Maar zijn die opofferingen te groot, daar waar
, men te kiezen heeft tusschen het behouden en het opgeven eener positie,
` van zooveel gewicht als die van den Helder? Zoo ooit tot het laatste mocht
worden besloten, zou daardoor een gevoelige slag worden toegebracht aan ·
ons weerbaarheidsvermogen. Bovendien zou zoodanige handeling gelükstaan
met het verminderen van onze waarde als bondgenoot of als neutrale staat
H en diensvolgens met het verkleinen van onze politieke beteekenis. De offers,
die tot het behoorlijk in orde brengen der Heldersche positie gevergd worden,
zullen dus, hoe aanzienlijk ook, niet licht te groot zijn, daar zü altijd ruim-
schoots zullen worden opgewogen door de voordeelen die zg opleveren. A _
Veel minder uiteenloopend dan omtrent de wüze van verdediging van het
Texelsche zeegat, zijn over het algemeen de gedachten omtrent de defensie
der overige waterwegen, die toegang geven tot het hart des lands: het Zee- Q
kanaal van Amsterdam, de Nieuwe Waterweg van Rotterdam, de Maas, en .
eindelijk het Goereesche gat en het Haringvliet, welke, evenals het Brouwers- l
havensche gat en het Volkerak, naar het Hollandsch diep leiden. 1
Wat de beide eerstgenoemde waterwegen betreft, die, naar het zich laat
aanzien, hunne voltooiing met rassche schreden naderen (1), valt over de
(1) Volgens de Wet van 6 April 1675 (Smatsbl. N°. 58), heeft de Kanaalmaatschappij zich ver-
bonden om op den 1sten April 1876 het kanaal en de Noordzee-haven open te stellen voor de
scheepvaart met beperkten diepgang, waartoe op evengenoemd tijdstip in de haven een geul moet
zijn gebaggerd, diep minstens 5,5 M. onder AP. en breed minstens SOM., gemeten 3M onder AP.,
met wederzijdsche taluds van ongeveer 2 op 1, terwijl het kanaal over zijn geheele lengte moet