HomeOver: Onze kustverdedigingPagina 16

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.29 MB

PDF (Volledig document), 41.57 MB

ti
14 *1

thans naar de Marine wordt overgebracht, door zijne pantserschepen eerst
de onzen terug te drüven, vervolgens den doorgang van het Vlie te openen
en daardoor en verder langs den Texelstroom zijne niet gepantserde vloot voor
het Nieuwediep te brengen (bladz. 18). Het is dus aan te nemen dat langs
den eenen of anderen weg houten of niet gepantserde schepen de Reede kunnen
bereiken. Eenmaal dáár gekomen, kunnen bombardeerschepen, beschermd
door het gepantserd eskader, buiten het krachtige vuur onzer forten en bat- ‘
terijen voor anker komen en het groote doel, dat vóór hen ligt, in een betrek- .
kelijk korten thd aan de vlammen prijs geven. Zullen wij onder die omstan-
digheden, en bij een algemeenen aanval, door den vijand tegen de stelling
ondernomen, op een voortgezette verdediging mogen staat maken? Het is j
mogelijk, maar niet waarschijnlijk. Niet alleen zijn dan onze maritieme etablis-
sementen, maar bovendien de gewichtige stelling van den Helder voor ons
verloren, en is de vijand in het bezit eener haven, die hem het ontschepen
van troepen en geschut gemakkelük maakt, en van een versterkte stelling,
die hem als operatiebasis bij züne verdere krijgsverrichtingen kan dienen. A
Daarom schiet er inderdaad, zoolang een bombardement der Heldersche positie l
tot de mogelijkheden moet gerekend worden, niets anders over dan het ver- E
plaatsen der allergewichtigste etablissementen, thans te Willemsoord op een l
bh uitstek blootgesteld punt gevestigd, naar het binnenland. Amsterdam schijnt l
daartoe de meest geschikte plaats (1).
Denkt men zich nu den mond der haven van het Nieuwe diep behoorlijk g
verzekerd, ook door de aanwezigheid van een fort op den Zuidwal, en voorts J;
de maritieme etablissementen overgebracht naar Amsterdam, dan zal de aan-
wezigheid van een vijandelijke vloot, welke tot de Reede mocht zün door-
gedrongen, een geheel andere beteekenis verkrijgen dan onder de tegenwoordige ,
verhoudingen het geval zou zijn. Blootgesteld aan het vuur van het vooruit- , ;
gelegen fort op den Zuidwal en van de op de uiterste grens der stelling ge-
legen batterü X/Vierhoofd, kan men aannemen dat, bij een krachtige wape-
ning onzer verdedigingswerken, de vijandelijke ilotille van bombardeerschepen `
zich minstens op een 3000 M., en het gepantserd eskader op ongeveer 2000 M.
van laatstgenoemde batterü zal moeten ophouden, hetgeen overeenkomt met t
4500 M. voor de houten of niet gepantserde en 3500 M. voor de gepantserde sche-
pen, gerekend van den Helder en eveneens van het centrum der stelling. Is
nu werkelijk, zooals tot heden het geval was, een afstand van 4 kilometers ‘
als de uiterste grens voor een maritiem bombardement aan te merken (2),
dan ligt de gevolgtrekking voor de hand, dat in hoofdzaak alleen de kustbat­ {G
terijen aan den Helderschen zeedijk met het fort op den Zuidwal aan het bom-
-­--·--­-·­- 2
(il) Aangezien, blijkens hetgeen thans plaats heeft met de Koning dor Alederlanden, die, onuit-
gerust, niet kan worden overgebracht van Amsterdam naar Willemsoord, nu reeds een verbetering
van den waterweg tusschen deze beide plaatsen noodig is, zal zulks zooveel te meer worden ver-
eischt bijaldien de schepen, uitgerust, het bedoelde traject moeten kunnen afleggen. `,_
(2) Verslagen der Vereeniging tot beoefening der Krijgswetensohap, 1869-70, bladz 229.