HomeFilips van Marnix, Heer van St. Aldegonde, ...Pagina 36

JPEG (Deze pagina), 629.67 KB

TIFF (Deze pagina), 5.42 MB

PDF (Volledig document), 24.66 MB

` 34
geslacht, van ons volk, van den Dietsohen stam. Laat het
o zijn, dat zijne geschriften slechts door enkelen gekend en
gelezen worden, zijne daden moeten herdacht, bewaard
en bewonderd worden, en het beeld van den eohten vrijen
Nederlander in ieders gemoed staan ingedrukt. ‘
Wij hebben den man trachten te schetsen, die aan het
einde zijns levens zonder grootspraak zeggen ko11 ,` ,,dat hij
aangenaam was geweest aan zijne meerderen, dierbaar aan
züne gelijken, geacht door züne minderen". Hij heeft zich
daarmede een lotspraak gegeven, die nooit door iemand is
weêrsproïïen, en die hem de schoonste getuigenis deed weg-
dragen, dat hg in elk opzicht een uitmuntend mensch is
geweest. Zoo als zijn hart was ,. zoo toonde zich ook zijn
gelaat, teder en innemend. Zijn hoog breed voorhoofd,
` zijn eenigsins droefgeestig, maar sprekend oog, gaven den
vaardigen denker, den welwillenden mensohenvriend te zien.
De ingevallen awangen teekenden de inspanning en den ,_
strijd, waardoor heel zijn leven werd gekenmerkt, en wie Q
op zijn afbeeldsel de dunne lippen, den fijn gevormden
mond aanschouwt, kan het zich voo.rstellen, dat het aan-
I genaam moet geweest zijn hem te hooren. In fijnheid van
` vormen, in uiterlijke beschaving, in alles zag men den
edelman, die zijne zuidelijke afkomst niet `verlooohende, i
terwijl ieder zijner handelingen het bewijs gaf, dat hem ` '
eoht Nederlandsch bloed door de aderen stroomde.
Van zijn huiselgk leven is ons weinig bekend. Het was N
ook eerst in de laatste jaren zijns levens, dat hij daarvan
volop kon genieten. Werkzaam van aard, liet hij zich veel .
opleggen, en koos hij steeds wat hem tot gestadig arbeiden
riep. Zijn tijd, zijn stand, zijne krachten, alles werkte
9