HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 96

JPEG (Deze pagina), 858.25 KB

TIFF (Deze pagina), 7.68 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

ll ·
· M
tl 70 NEDERLANDS BELANGEN EN mmës GRIEVEN.
loniën van beide rüken niet over het hoofd, maar gaat
het aan, den Nederlander in Indiëzijn staatsburger­ f
` schapsrechten te ontnemen, omdat de inlanders der-
j gelüke rechten nog niet bezitten? Wat belet om alleen `
. den Europeanen of, liever, den Nederlanders het recht ·
tot verkiezing van een twee- of drietal vertegenwoor- ,
digers te laten uitoefenen? Zou dat ook niet den in-
lander, zou het niet allen ten goede moeten komen?
J De verandering heeft ontegenzeggelük haar bezwaren, ·
maar zooals elke overgang van de gewoonte der onbil­
' lijkheid tot de billijkheid en eerlijkheid zijn bezwaren
heeft.
· Ik doe een beroep op de rechtvaardigheid en de
ji bedachtzaamheid van het Nederlandsche Volk.
Ik had het voorafgaande door middel der Indische
· pers kunnen verspreiden; beter ­ voorzichtiger en doel-
I matiger - scheen mij de nu gevolgde weg. Daar ginds _.
~ is de ontevredenheid reeds te groot.
Nagenoeg bü uitsluiting werd gesproken over hetgeen ._
de geïmmigreerde Nederlanders ergert - indien ik de
L stemming der inboorlingen had geschetst, of het gevoel Y
dat het gevaar voor nog grooteren druk bij de in Indië j
geboren Europeanen, de toch reeds zoo verongelijkte
j inlandsche kinderen, moet wekken, de kleuren zouden ‘
[ veel donkerder, en het beeld zou juister geworden zijn. .
Dat is geen bedreiging; het is een zelfverdediging.
j Het is vooral ook een reden om, ter wille van Ne-
, derland zeker niet het minst, met aandrang te vragen,
dat een waardiger houding worde aangenomen ten op- "
. zichte der kolonie, ten opzichte der inlanders, en ook ~
1
I · T
F