HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 9

JPEG (Deze pagina), 871.23 KB

TIFF (Deze pagina), 7.43 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

l
7 .
Zeker is de werkkring gewichtig voor dezen Minister,
maar het mag toch wel herinnerd worden, dat onder op-
volgende ministers van Binnenlandsche Zaken sedert 1848
steeds meer groote waterstaatswerken zün voorbereid en
in uitvoering gekomen, de wetgeving van bijna alle water-
V l schappen is herzien en hoogstbelangrijke vraagstukken van
waterstaatsrecht zijn beslist.
Wat de spoorwegen betreft, bedenke men, dat wij geen · j
staats­exploitatie hebben gelijk elders, en dat dus dit ge- l
‘ deelte, nu de nieuwe contracten over de exploitatie der
~ Staatsspoorwegen zijn gesloten of deels spoedig kunnen
gesloten worden, betrekkelijk weinig moeite baart, daar
de ünantieele controle, voor zooverre de Staat die voert,
bij het departement van Finantien berust.
Meer arbeid levert natuurlijk het bouwen der nieuwe
lijnen, doch wanneer eenmaal de richting voor die lijnen
is aangegeven en de onteigening aangevangen, is meest al
het overige zuivere techniek, waaromtrent elk niet tech-
i nisch Minister toch wel verplicht is, den raad züner tech-
. l nische adviseurs te volgen.
Voorzeker verkrijgt de geheele zaak een ander voor-
« komen, wanneer het eigentlijke doel van den ganschen
maatregel daarhenen strekt , om ons te begiftigen met
i . staats­expl0itatie der verschillende spoorweglijnen.
De hemel echter beware Nederland voor dergelijke dure
i innovatie, die bovendien, terwijl zij van alle spoorweg-
beambten rijksambtenaren maakt, de politieke moraliteit
N met ontzettende gevaren zou bedreigen. i _
Alleen reeds om het gevaar te keeren, dat van die zijde
+ oprijst, moest een verstandige staatkunde zich tegen het
denkbeeld van een departement van Openbare Werken
verzetten.
‘ De Nieuwe Rotterdammer Courant, juichende over de
T oprichting van een nieuw departement voor den Waterstaat,
f
l