HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 84

JPEG (Deze pagina), 862.87 KB

TIFF (Deze pagina), 7.70 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

58 ` NEDERLANDS BELANGEN EN INDIëS GRIEVEN.
j _ Men smaalt op de ontevredenheid der kolonie, maar y
j zou zij niet onverschillig moeten zijn om zich wèl te- j
vreden, en ongevoelig om zich gelukkig te toonen? C
, Is er schreeuvvender onrecht denkbaar, dan Indië werd i°
l · aangedaan? Men beroept zich op den Iinanciëelen nood
van het moederland! Kan daarmede verontschuldigd
1 worden, dat men voor den nog dringender nood der
[ kolonie oog en hand gesloten hield? Wat meer zegt:
¤ wie kan zich daarop beroepen, die nog niet met alle
eerlijkheid gebroken heeft? Elke oneerlijkheid toch houdt ·
op te bestaan, wanneer de linanciëele nood een ver- l
ontschuldiging wordt.
De eenige billijke grondslag eener ünanciëele regeling
tusschen moederland en koloniën, is, volgens den heer
de Waal, de financiëele toestand van het moederland,
die er zijn zou, indien het de kolonie niet bezat: er •
zouden dan geen koloniale inkomsten zijn; daarom kun-
nen geen koloniale inkomsten ten voordeele van het ·
moederland worden gebracht. Hij wenscht bovendien,
dat bü de vaststelling van de som, die Indië jaarlijks - ,
betalen moet als vergoeding der uitgaven welke Neder-
land voor de kolonie deed, in het vervolg gelet worde ac `
op de schatten, die Nederland zich reeds toegeëigend
heeft. En hij noemt zijn landgenooten deze drie, »elke
. op zich zelve afdoende," redenen, om bij het koloniaal
J. bestuur de door hem aanbevolen beginselen toe te
Qi passen:
16 Het gevoel van billijkheid, van zedelijkheid,
waarnaar ook in staatszaken moet geluisterd worden, ··.
roept ons toe, van onze macht een edel gebruik te
maken. l
l De Nederlandsche wetgever, bij de uitoefening zijner lf