HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 79

JPEG (Deze pagina), 832.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.62 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

l
2
NEDERLANDS BELANGEN EN INDIëS GRIEVEN. 53 ‘
Men is in Indië de exploitatie door Nederland moede. {
Ook is dat even redelijk a.ls verklaarbaar. ,
_ Het rechtmatig verlangen van allen, die zich in de L
kolonie van een Staat vestigen, is vervat in dc woor- I
den van Epidaurus aan de Corinthiërs: >>Niet om sla-
ven te zijn, maar om gelük te zijn met hen die zü ach-
terlaten, worden zü uitgezonden" (4).
Dat verlangen moeten ook de Nederlanders in Indië
hebben. Hetzü men Indië als een bezitting, hetzij men
X het als een deel van Nederland beschouwe, niemand i
kan door een vertrek derwaarts zijnlNederlanderschap ik
verliezen, en Nederlander blijvende, blijft hij deelge­ i
rechtigd aan het voorvaderlijk erfgoed. Ook zou hij zijn
nationaliteit moeten verloochenen, om zijn vrijheidszin ;l
niet te openbaren, en zijn aanspraken niet te doen l
gelden. De bijzondere toestand der kolonie kan hem
bewegen, in een beperking zijner rechten en in een l
verzwaring zijner lasten te berusten, maar gocdschiks
alleen, wanneer hetgeen van hem gevorderd wordt een i
werkelijk onmisbaar offer aan het gemeenebest te ach-
ten is.
De zoogenaamd eigenaardige toestand der koloniën V
is echter in waarheid bg eenige moderne volken niets i
beters dan een hoogst eigenaardige zucht om voogdij
uit te oefenen, en een voogdij waarbü het met reke- X
ning en verantwoording niet zeer nauw genomen wordt.
Reeds Sismondi wees er op, dat dienaangaande de
j Ouden betere beginselen volgden: zij wenschten dat l
--- i
(l) VVo0rden van den heer WV. Stortenbeker, den tegenwoordigen Direc- j
teur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid in Nederlandsclnlndië. Zie
Tijdschrift voor N.­I. 1861, II, pag. 243.
il