HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 7

JPEG (Deze pagina), 872.05 KB

TIFF (Deze pagina), 7.44 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

l
5 .
· dus natuurlijk ook de toepassing der Provinciale wet aan l
een minister van Binnenlandsche Zaken en het oppertoezicht
van den waterstaat aan een minister voor den Waterstaat
_ is opgedragen? Z u _"
t Welk Departement zal de begrootingen en rekeningen
E der provincien nazien en voor de goedkeuring verant-
` woordelijk zijn? Welke minister de toestemming geven `
. voor het blijven werken van commissien, voorhet buiten- j
‘ gewoon bijeenkomen der Provinciale Staten, voor over?
_ 1 leg tusschen twee provincien in waterstaatswerken?
Welke minister zal de provinciale belastingen als wets- `
. ontwerpen verdedigen en voor zijn verantwoording nemen, j
die gewoonlijk ten behoeve van waterstaatswerken worden t
voorgedragen, en in het bijzonder als het geldt heftingen
op wegen, kanalen, bruggen, enz. i
‘ ` Men sla slechts eender deelen open van het bekende
V werk van Boogaard, om zich te overtuigen, dat in onze lj
T administratie het provinciaal bestuur zoozeer synoniem is
° met waterstaatsbestuur, dat het toezicht op provinciale {
a besturen en op provincialen waterstaat telkens zamen-
, vloeit 1). _
. f Ook bij het toezicht op de `Gemeentebesturen, waar zoo t
_ dikwerf, in verband inet wegen en waterwerken, quaestiën j
van algemeen waterstaatsbelang voorkomen, zoowel als
j het geldt goedkeuring van verordeningen, als vooral ook
j van heffingen en begrootingen, moet ontwijfelbaar verwar­ `
j ring ontstaan, indien waterstaat in den ruimsten zin niet
l 1) Een wijziging der wetten van 14 September 1866 (Staatxblad n°. 139) en
{ van 19 Juli 1870 (Siemlsblad n<>, 119) is o. a. nu dadelijk noodig. Behalve in een ‘
., geheele reeks van Kon. besluiten zal ook wijziging aanstonds vereischt worden der · TI
" politiewet op de spoorwegen, maar bovendien moeten de overeenkomsten met de ­
exploitatie-inaatschappij worden gewijzigd, daar de minister van Binnenlandsehe Zaken
H geen bevelen enz, meer geven kan. Wie geeft inmiddels die bevelen? Welke minister ‘
° is sedert 6 November ll. daarvoor verantwoordelük en hoe, indien naar aanleiding
A van zulk bevel een proces mocht ontstaan? ‘
ë .