HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 64

JPEG (Deze pagina), 890.37 KB

TIFF (Deze pagina), 7.50 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

A l
38 NEDERLANDS BELANGEN EN INDlëS GRIEVEN.
E de eerste plaats bijblijven moest, en dientengevolge uitè _
l zendingen doen en maatregelen nemen, die voor den
gang der zaken zeer nadeelig werken. De overtuiging ap
, en de ideeën van eenige onzer politieke >>specialiteiten"
schijnen tegen de verandering in de geographische lengte ·
en breedte hunner woonplaats evenmin bestand. Reeds
. voordat de heer Mees tot de politieke personen werd
A ­ gerekend, kwam die wisselvalligheid aan het licht; thans
heeft hij zelf een voorbeeld gegeven, jammerlijker dan
Indië er ooit een aanschouwen moest. Want niet alleen
is de waarheid aan gene züde der linie hem aan deze
zijde van den evenaar een dwaasheid geworden; niet
alleen looft hü hier als redelijk, billijk en rechtvaardig
wat hij ginds voor een onredelijkheid, een onbillijkheid
en een onrecht uitgekreten heeft, maar ook deinst hij
niet voor de bewering terug, dat hetgeen wij als een
verloochening van zün verleden afkeuren, als een trouw A
l aan beginselen gehuldigd moet worden, en dat zijn heen-
gaan als minister Indië ten ongeluk zal zün, èn omdat
het den spoorwegbouvv, èn omdat het de afscheiding der
koloniale van de Nederlandsche financiën verdaagt. Alsof
het marren met spoorwegaanleg geen kenmerk ware
geweest van zijn ministerieel bestaan, en alsof de on-
aannemelijkheid van het ontwerp, waarmede hij ter
elfder ure de Kamer verraste, geen nieuw uitstel ver-
oorzaken moest! Alsof niet juist hij de man ware ge-
weest, die door ijver voor de bijdrage der kolonie aan
het moederland en voor de verzwaring van Indiës las-
ten zich onderscheidde! gj
Maar genoeg! Wij zouden er meer bij winnen, zegt
La Rochefoucauld, door ons te vertoonen gelijk wij zün, ·
dan door te willen schijnen wat wij niet zijn. De heer