HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 63

JPEG (Deze pagina), 887.28 KB

TIFF (Deze pagina), 7.49 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

NEDERLANDS BELANGEN EN INDIëS GRIEVEN. 37
dagen door iedereen beschouwd moest worden als ter
nauwernood begonnen en als nog onafzienbaar ver van
het einde verwijderd te zijn, dan, meen ik, hebben wg
te verklaren, dat er thans weleen andere phase aan-
gebroken is, maar een phase van vooruitgang, een phase
die minder dan de tijdsomstandigheden van 1874 het J
opleggen van nieuwe belastingen wettigt. Zelfs de over- i
weging van den omvang der verplichtingen, waarmede j
Z. E. Mees de schatkist heeft bezwaard door een be-
trekkelijk onnoodigen havenbouw te Batavia, kan ons
dat geloof niet doen verliezen.
Of - dit is de conclusie - of de adressant van 1874
handelde ondoordacht, of de Minister van 1877. Of de
ingezetene van Batavia was onredelijk tegen den Mi-
nister van Goltstein, of de Minister Mees was onre-
n delijk tegen Indië. Zeker is het, dat de onderteekening
` van het adres door het belastingvoorstel en de brochure
teniet gedaan wordt. Moest het nog bewezen worden,
wij zouden de uitdrukking, op bladzijde elf der bro-
chure, dat Indië gehouden is jaarlijks een bijdrage aan
Nederland te leveren, naast eenige der overwegingen
van het Bataviasche adres leggen, naast die b. v. waarin ,
>>eerbiedig, doch met nadruk" het heffen van belastin­
gen in Indië ten bate der schatkist in Nederland be- l
streden wordt. Maar het zou overtollig zijn, en de zaak
· is waarlijk te bedroevend, om er langer bij stil te staan,
dan noodig is. p
Van Indische kooplieden, die zich met importhandel
bezig houden, hoort men beweren, dat de meesten hun- 1
ner, in Nederland teruggekeerd, zeer spoedig niet meer I
op de hoogte zijn van den smaak en de behoeften der
inlanders, nagenoeg alles vergeten hebben wat hun in