HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 62

JPEG (Deze pagina), 877.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.49 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

36 NEDERLANDS BELANGEN EN INDlëS GRLEVEN.
j plaats ten bate van het moederland zal worden aange-
1 wend, zooals te doen reeds tal van jaren gebruikelijk was?
Hier wordt nog aangeteekend, dat de belastingplannen
van 1874 even‘gevoegelijk te verdedigen waren met
een verwijzing naar de spoorwegplannen van Z. E. van
Goltstein, als de belastingplannen van_ 1877 met een
beroep op de spoorwegbeloften van Z. E. Mees: de
spoorwegplannen van den eerste waren stellig niet min-
der reëel en niet minder aannemelijk dan die van den
laatste. En om nogmaals overtuigd te worden, dat wij
geen andere phase zijn ingetreden, die ernstige vrien-
den van Indië tot verzaking der beginselen van 1874
bewegen kan, hebben wij alleen te bedenken, hoe het
destijds, drie jaar geleden, met den politieken en den
financiëelen toestand der kolonie geschapen stond. Wa-
‘ ren beide gunstiger dan zij tegenwoordig zijn? In 1872 ‘
trok Nederland uit Indië een rente, een bijdrage en ‘
een batig saldo van vroegere dienstjaren; gezamenlijk
_ ruim 26 millioen. In 1873 geen rente, en 5 millioen
minder, namelijk 20,427695, waarvan ruim 18 millioen
uit de koloniale inkomsten over 1868-70. In 1874 alleen
een bijdrage van 10,544579, en ook dat bedrag kon niet
verkregen worden, zonder >>nogeens en nogeens den bo-
dem der Indische schatkist af te schrapen" (1), en bijna
2*/, millioen uit de koloniale inkomsten over 1871 te
naasten. Wanneer men nu daarbij in aanmerking neemt .
welke de politieke toestand was, vooral in het oog hou-
dende dat de oorlog met Atsjin, waarvan men de ont-
zaggelijke kostbaarheid reeds had leeren kennen, in die
(‘) Woorden van den tegenwoordigen Minister van Bosse, te vinden in
de Gids, 1867, laatste kwartaal, bladz. 404.