HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 60

JPEG (Deze pagina), 883.33 KB

TIFF (Deze pagina), 7.49 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

34 NEDERLANDS BELANGEN EN INDIëS GRIEVEN.
_ raad genomen maatregel te hunner kennis is gekomen,
adressanten meenen, dat de hier gestelde voorwaarde in.
casu niet aanwezig is, en dat voornamelijk op grond
van deze overweging" - de overweging van het vol- _
doende der koloniale inkomsten voor de koloniale ‘
behoeften -- >>de overtuiging bij hen is gerijpt, dat de t
voorgenomen maatregel moet geacht kunnen worden ,
onredelijk, onbillijk en niet in het belang van den staat ‘
te zijn." Die beperking behoort bij de bereidverklaring, _
om zwaardere offers aan de schatkist te brengen; samen
maken zij een geheel uit, en doen zij het adres ook `
voor de jaren 1877 en 1878 ten volle van kracht blijven.
De heer Mees brengt daartegen in ’t midden, dat het ,
nu bekend is, tot welke doeleinden de belastingen ge- E
bruikt zullen worden, terwijl ze vroeger geen andere
gevolgen schenen te kunnen hebben, dan vergrooting
van de overschotten. De heer Mees weet echter zoo goed
als iemand, dat volgens het Nederlandsche staatsrecht
de belastingen niet voor een bijzonder doel, maar uit-
sluitend tot voorziening in de algemeene behoeften, tot
stüving van de schatkist geheven kunnen worden (l). Het
is een onwaardig woordenspel, van belastingen speciaal
voor spoorwegbouw te spreken: de Regeering mag noch
kan ze daarvoor afzonderen. Indien de Minister van Golt-
stein zich niet te hooge eischen had gesteld, om met
een dergelijk kunstmiddel den weerzin tegen zijn be- i
lastingplannen weg te nemen of te voorkomen, dan zou 2
de heer Mees vermoedelijk een der eersten geweest zijn, ‘
om al het bedriegelijke en onware der poging bloot te
(‘) Zie de Bosch Kemper, Handleiding tot de kennis van het
Nederlandsche Staatsrecht en Staatsbestuur, pag. 510. jl