HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 6

JPEG (Deze pagina), 884.30 KB

TIFF (Deze pagina), 7.44 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

·$ ,{' ,1 .
ï 1 ° ` · · l .
l +
Moeten wij ons er op voorbereiden, dat voortaan alleen .
, uit de Dit minores een keuze voor Minister kan gedaan
§ worden, en men dus den arbeid naar de voorhanden
krachten moet inrichten, dan is er_ zeker iets voor deze
_ splitsing te zeggen, maar die reden zou dan ookyeen bitter g
treurig getuigenis afleggen voor onze politieke zwakheid. `
3 _ Men vergete daarbij niet, dat reeds achtereenvolgens de
l afdeeling Telegrafie en der Bedelaarskolonien van het depar- _
l tement van Binnenlandsche Zaken zijn afgenomen, terwijl
_ niets belet, om bijv. de landsdrukkerij en de Staatscourant _ V
E _ onder Justitie te brengen, onder welk departement ook de
krankzinnigengestichten en het armwezen zeer goed konden ¥
worden gebracht, evenals de zorg voor de toepassing der W
wet op de schutterijen onder het departement van Oorlog.
’ Daardoor zou reeds een niet onbelangrijke verlichting van
, arbeid zijn verkregen, indien het daarom te doen ware. ·
. Vooreerst dan zal de nieuwe Minister het verantwoorde- '
. lijk hoofd zijn in alle zaken van den waterstaat. '
Volgens de Grondwet (art. 190) heeft << de Koning het *
Z «op·perbestuur over alles wat betreft den waterstaat, de ,
{ gg wegen en bruggen daaronder, begrepen, zonder onder- 1
f <<· scheid of de kosten daarvan worden betaalduit ’s Lands A _
{ << kas of op een andere wijze gevonden ». _
{ Onder den Koning moet dus een verantwoordelijk Minister
L alles verrichten, wat naar de wet tot dit oppertoezicht be- ä
Q hoort. ‘
Maar heeft men wel bedacht, dat verreweg het grootste
j gedeelte van den werkkring van Provinciale- en Gedepu- l
{ teerde Staten gelegen is in beheer en behartiging van en j
1 in toezicht op waterstaatszaken in hun gewest, onder het l
[ oppertoezicht, bij art. 190 der Grondwet bedoeld?
_ . En nu stelle men zich de toepassing van verschillende
j artikelen der Provinciale wet, in verband met art. 190 der A
Grondwet voor, wanneer _ het binnenlandsche bestuur en
r' 1