HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 59

JPEG (Deze pagina), 839.46 KB

TIFF (Deze pagina), 7.58 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

I
I
NEDERLANDS BELANGEN EN INDIëS GRIEVEN. 33
In zijn geheel is dat belangrijke document ~ een
altijd gedenkwaardige uiting van public spirit in de
j kolonie - den lezer onder de oogen gebracht, om te- ,
gen de voorstanders der belastingplannen in het alge- l
meen, en tegen den heer Mees in het bijzonder, als
stuk van overtuiging dienst te doen. f
Het raadplegende, bevindt men: I
1.8. dat de aanhaling welke de heer-Mees doet volko­ I
men juist is; M
I 2E. dat de heer Mees slechts ten halve citeert.
I Wat nu het gedeelte betreft, waarop hü zich wèl I
beroept, de heer Mees hecht er een beteekenis aan,
· evenzeer met de letter als met den geest in strüd. Wat `I
. toch zeggen de adressanten? Dat zij het zich tot plicht 3
i rekenen om meer belasting te betalen, wanneer de
AF Indische inkomsten niet meer voldoende zün voor de I
I uitgaven, welke ten behoeve van Indië worden
gedaan. Niets anders. Welnu, verkeeren wij reeds in j
dat geval; zijn de inkomsten der kolonie reeds ontoe~ I
reikend geworden voor de uitgaven te haren be-
hoeve? Wie zou het durven beweren na de becüfe«
ring van den heer Mees, dat er zelfs voor 1878 op een
overschot valt te rekenen, en dat dit overschot I
vermoedelijk niet minder dan veertien millioen
S zal beloopen?
` Ergo: tegenwoordig evenmin als in 1874 een te-
kort. Ergo: geen andere phase.
F De heer Mees citeert ook onvolledig. Onmiddellijk I
T na de woorden welke hij herhaald heeft, zijn in het
‘I adres eenige niet onbelangrijke woorden te vinden, welke I
W ditmaal door hem verzwegen worden, namelük deze: I
· >>dat echter, afgaande op hetgeen omtrent den in be­·
cx
A
_ 'II