HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 56

JPEG (Deze pagina), 863.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.55 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

30 NEDERLANDS BELANGEN EN 1NDIëS GRIEVEN. !
getuigt tegen. Volstrekt niet ligt het in den aard der
dingen, dat door het vergrooten der koloniale inkom- '
sten of het vullen der Indische schatkist de begeerlük­
heid van Nederland naar Indische baten vermindert. En
jl de koloniale geschiedenis is op het punt van leeningen p [
j uiterst ontmoedigend. Zij leert alleen, dat een leening
i ten laste van Indië gevolgd placht te worden door. . .. p `
i_ een nieuwe leening, en dat met velerlei,»manipulaties"
de opbrengst der leeningen in de eerste plaats ten fa- i
veure der Nederlandsche schatkist werd aangewend.
Een korte herinnering! (1) De wetten van 23 Maart ,
1826, 22 December 1827 en 27 December 1828, mach-
E tigden de Nederlandsche Regeering om, >>ten behoeve .
van de overzeesche bezittingen", en >>als gevestigd op
de territoriale en andere inkomsten en bezittingen van ,
het rijk in Oost­Indië", 37 millioen te leenen; voor +
rente en aflossing zouden uit de koloniale geldmiddelen
l jaarlijks f 2,450,000 afgezonderd worden. De wet van
Y 24 April 1836 converteerde deaflosbare schuld in een
vaste, en schiep een derde schuld van 21 millioen. Een
andere wet van dienzelfden dag décréteerde een vierde `jf
schuld van 9 millioen. De wet van 11 Maart 1837 de-
créteerde een vijfde schuld van 8*,/2 millioen. De wet
van 27 Maart 1838 en die van 22 December 1838 dé-
créteerden een zesde schuld van 81/2, een zevende weder
van 8*,g en een achtste van 10 millioen. En van 1839
tot en met 1864, zegt de heer de Waal, heeft de wet-
gever jaarlijks gedécréteerd, dat Java krachtens bestaande gg
schulden aan Nederland had op te brengen de renten
van: . W
(l) Zie de Waal, Aanteekeningen, VII, bladz. 137 en vlg.
Ai.