HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 54

JPEG (Deze pagina), 883.75 KB

TIFF (Deze pagina), 7.53 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

l
28 NEDERLANDS BELANGEN EN INDIëS GRIEVEN.
l
land van de kolonie een ongelimiteerde >>bijdrage" eischt,
over de aflosbaarheid van een Ieening ten laste van
Indië niet te licht te denken, daar het nadeelig verschil
’ tusschen de gewone inkomsten en uitgaven der kolonie
j, steeds stijgt? - T
§ Volgens den heer Mees (pag. 6) moet het intusschen `
i vaststaan, >>dat het belang van Indië meer bevorderd
wordt door het sluiten van een leening ten zijnen i
laste dan ten laste van het moederland/’ Bij herhaling ä
heeft men in Indië op hetzelfde aanbeeld geklopt, door
de leer te prediken dat de Indische van de Nederland- i
` sche financiën gescheiden moeten worden; men wilde
die regeling als het ware koopen door Indië de ver- I
plichting op te leggen, om jaarlijks een zeker quan­
tum aan Nederland uit te keeren. >>Die afscheiding van
het Nederlandsche en het Indische financiewezen werd
toen beschouwd als het middel om te verkrijgen wat
wel beloofd, maar toch niet gegeven werd: de inkom-
I sten van Indië zouden ten behoeve van Indië worden
N besteed, en Indische, niet Nederlandsche, spoorwegen
zouden door de batige saldo’s worden bekostigd. De
beschouwing was juist." .... >>Doch Wanneer de be-
schouwing juist was, mag dan daarmede niet strijdig
worden geacht, dat de uitgaven voor productieve en de Q
algemeene welvaart bevorderende groote werken in j
Indië gedragen worden door den Nederlandschen staat, Q
en komt men zoo doende niet in strijd met zich zelven ?". I
Helder is dat alweder niet. Ik althans moet tot mijn x
leedwezen bekennen, dat de gedachtengang van den heer ‘
Mees bij het schrijven van die woorden mij een gerui­ A
men tijd zeer donker voorgekomen is. Als ik mij niet I
bedrieg, dan bestaat er naar de zienswijze van den heer