HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 52

JPEG (Deze pagina), 878.73 KB

TIFF (Deze pagina), 7.50 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

`?v""` `”""" ` ' N {
[ l
ë •
26 NEDERLANDS BELANGEN EN INDIëS GE1EvEN.
lioen." Daarbij dient nog in aanmerking genomen te
worden, dat op de begrooting voor 1878 boven den post "
A >>bezetting van Atsjin" een aantal uitgaven voorkomen
i_ welke het gevolg zün van den oorlogstoestand, en dat I
j na het einde van de vijandelijkheden, of >>wanneer eens
l weer een normale toestand in het leven geroepen zal
zijn," de kosten van het departement van oorlog >>boven­
ii dien" met eenige fmillioenen kunnen worden ingekrom­
pen. Op grond van een en ander lijdt het geen twüfel, j
dat een leening, ook tot een bedrag van 64 millioen,
E na afloop van den oorlog tegen Atsjin gaandeweg uit
" de Indische inkomsten zal kunnen worden afgelost." ­
Het betoog is eenigszins vermoeiend, maar het be-
wijst ondubbelzinnig, dat de heer Mees den financiëelen
i toestand niet zeer donker inziet. Het verschijnsel is hoogst l {
j merkwaardig. Het is ook aangenaam. Ik moet mij ech- ’
i ter twee vragen veroorloven: .
1. Indien de financiëele toestand zóó weinig ongun-
stig is, dat er zelfs voor 1878 een overschot van 14 a
15 millioen wordt verwacht, moet men dan niet een
verzwaring der Indische belastingen ten hoogste ome- *3
I delijk achten?
2. Op bladzijde negen der brochure, hierboven in ;p
hoofdzaak overgenomen, staat als de meening van den = M
heer Mees te lezen: »Wanneer men in vier jaren tijds i
voor dien oorlog (tegen Atsjin) een bedrag van plus · ‘
minus 100 millioen heeft kunnen besteden, en zulks 0
heeft kunnen bestrijden uit de (koloniale) inkomsten, _?
dan zal er, ook in geval het einde van den oorlogs-
toestand nog niet zoo nabij mocht zijn, wel geen reden ­
bestaan om zich bezorgd te maken over de gevolgen j
van een leening, die in het ergste geval niet meer dan {