HomeHet Departement voor waterstaat, handel en nijverheidPagina 21

JPEG (Deze pagina), 694.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.17 MB

PDF (Volledig document), 76.91 MB

l .
[ 19
Nog een tweede bedenking. i
i De minister van Binnenlandsche Zaken was door den
ruimeren kring zijner bemoeiingen, door zijne bijna dage-
lijksche aanraking met de wetgevende Kamers en debe-
sturen van gewest en gemeenten, in den regel aangewezen
om, als de primus inter pares, de leider te zijn van elk
ministerie. Bij ons vooral, waar men een werkelijken
President­Minister, in den zin gelijk men dien elders kent,
niet gaarne duldt, is het wenschelijk, daar toch zonder
leiding geen ministerie langen tijd bestaan kan, dat de
omstandigheden, de aard van den werkkring, als het ware
natuurlijk aanwijzen , aan wien de eerste plaats in het
ministerie toekomt. Voortaan zal deze suprematie geheel
verdwenen zijn, maar zoo al de ambtgenooten in het nieuwe i
_ . ministerie zich thans mochten verheugen, dat zij voortaan
onderling in alle opzichten volkomen gelijk zijn, ook zĂ¼
A zoude wel eens kunnen ondervinden, dat een collegie,
J waar geen enkel lid door den aard van zijnen werkkring
. meer beteekenis heeft naar buiten dan de anderen, bloot
staat aan overheersching door den meest volhardende of I
i meest handige, die daarom nog niet altijd de bekwaamste
n en geschiktste is om de leiding op zich te nemen.

nl