HomeDe scheidslijnPagina 9

JPEG (Deze pagina), 844.48 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

l
7
" datgene, wat de eerste belüders van het Evangelie, ten koste
vaak van de allergrootste opofferingen, aan de toenmalige
§ wereld hebben verkondigd. De leerstellingen aan die bronnen
ontleend verschillen, en 'het is naar die verschillen dat de
· kerken zich groepeeren. En de invloed dien de kerken op de
ontwikkeling der menschheid uitoefenen is zeker verre van
onverschillig. Maar die kerken zelve, zelfs de Roomsch-Katho-
lieke, ontleenen toch, voor zoover als ze als gezaghebbend optre-
den, haar gezag aan bovenbedoelde bronnen, voor een ieder
onzer toegankelijk en in alle Christelijke landen eeuwen lang
als gezaghebbend erkend. ·
Voor dat Evangelie, dat het Christendom in de wereld
bracht, is het Heidendom geweken ,/en wijkt dit nog telkens,
` f wanneer het daarmee in aanraking komt. Wat is dan het eigen-
’ aardige verschil tusschen Heiden- en Christendom? Ook vóór
e de verschijning van Christus aanbaden de volken eene hoogere
, macht, waarvoor zij te buigen hadden. Godsdienst had bij hen
j veel hoogere beteekenis dan thans bij de Christelijke volken.
l Dat een staat zonderl godsdienst bestaan kan, achtte de wijsgeer
PLUTARCHUS, die na Christus leefde maar met Hem niet bekend
was, eenvoudig ondenkbaar, en dat politiek en godsdienst niets
met elkaar hebben uit te staan zou hij voor eene kinderachtige
of al te oppervlakkige bewering hebben gehouden.
Maar de goden door hen aanbeden waren gevaarlijke machten,
die door gaven en offeranden tevreden moesten worden ge-
1 houden, Heilig waren die bovenaardsche machten allerminst.
Maar de toenmalige wereld gevoelde steeds dieper, dat zoo-
danige godsdienst onbevredigd laat. Wel waren er philosofen,
‘ die vaak schoone gedachten in de wereld gebracht hebben, doch
op de wereld, op het volk in zijn geheel, hebben die geen vat
. gehad.
i De Christus nu verkondigde iets geheel anders, n.l. een God
. die heilig is, die ook verlangt dat Zijne dienaren heilig zijn,
maar die den dood van zondaars niet wil; hen integendeel lief
heeft en hen in een toestand wil brengen, waar niet enkel eigen-
· belang regeert, maar liefde; waar de regel moet gelden, niet
dat men niet zich zelven mag liefhebben, maar wel dat men
den naaste moet liefhebben als zich zelf, en God bovenal. . l