HomeDe scheidslijnPagina 8

JPEG (Deze pagina), 852.59 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

l
‘ é
6
ruimen is eenige ruimte noodig, meer dan waarover ik tot
dusver, als journalist of als Kamerlid, kon beschikken.
Ik wenseh dus daartoe tha11s over te gaan. Doch om al dade-
lijk den lezer duidelijk te maken, dat een op godsdienstig
inzicht berustende) politieke strijd juist tot verwijdering van het ‘
verschilpunt uit de politiek kàn leiden, wil ik even herin·neren
aan den schoolstrijd, die aan ieder die meeleeft bekend is.
Dat er volksonderwijs en goed onderwijs zijn moest erkende
ieder. Het verschil liep alleen over de beginselen _waarop het
berusten moest. De moeilijkheid der oplossing zat in de verdeeld-
heid omtrent die beginselen. Tot 1889 toe is ons politiek leven
bijna geheel ondergeschikt geweest aan dit vraagstuk, ten
nadeele van veel dat ook de aandacht verdiende. Wede1·zijds
moest men zich wel groepeeren naar godsdienstige overtuigin- ‘ i
gen. Thans echter is de strijd opgelost, en wel zóó, dat elke [
richting, ook die welke met het Christelijk geloof gebroken heeft. E
tevreden is. Enkelen mogen meenen de oude vanen nog te .
kunnen ontplooien, maar zij zien geheel over het hoofd dat de .
versehilpunten van thans op geenerlei wijze met het gods- j
dienstig geloof in verband staan. De ,,sehoolstri,jd", zooals die T
. tot aan de ,,paeifieatie" gevoerd is, is uit, al mogen hier en
daar nog wat achterlüke gemeentebesturen dit niet geheel door-
zien, of, uit ouder gewoonte, zij het ook ten onrechte, elk
verschil bij de uitvoering de1· nieuwe sehoolwet aan tegenzin
tegen het Christelijk onderwijs worden toegeschreven. ‘ l
Noch in, noch buiten de Kamer zal het gelukken, ,,den g
sehoolstrijd" te heropenen, zoolang althans onze Grondwet op
dit punt niet wordt veranderd. De oplossing van den strijd J
bracht de godsdienstige zijde van de quaestie buiten de politiek.
VVanneer wij volhouden dat aan onze zeden en wetten de
Christelijke beginselen ten grondslag liggen, dient duidelijk .
uiteen te worden gezet wat wij daaronder hebben te verstaan, ï
en om dat te doen, behooren wij de bronnen zelve te raad- ·
plegen, waaraan alle belijders dier beginselen, onverschillig tot
welke kerk zij behooren, hun geloof ·`ontleenen. Die bronnen
waarop wij doelen, zijn natuurlijk de Evangeliën, die èn de ‘
woorden èn de handelingen meedeelen van Jezus, alsmede die
gedeelten van het Nieuwe Testament, waarin wij aantreffen