HomeDe scheidslijnPagina 74

JPEG (Deze pagina), 845.76 KB

TIFF (Deze pagina), 6.75 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

74 E
kelijk van de omstandigheden waarin hij geplaatst is, toch
beschermt tegen de nadeelen die het vrije wereldverkeer met zich
brengt. Maar dit alles baatte den onvermogenden arbeiders nog
niet veel, indien zij la·ngs den. gewonen weg ’s rechters tusschen- F
komst ter bescherming hunner verkregen rechten moesten
inroepen. Met het oog daarop is dan ook te hunnen behoeve Y
eene speciale rechterlijke organisatie en procedure in ’t leven L
geroepen. Zoo ontstond ditmaal weer een geprivilegieerde stand, li
doch ditmaal niet ter onderdrukking, maar ter bescherming
daartegen. Het wordt nu echter de vraag, of de arbeiders zelf
zich hiervan genoegzaam bewust zijn. Immers zijn er onder hen
velen die, stcunende op de macht, die zij door hun vereeni­ '
gingen en hun vrijheid om 11iet te arbeiden op hun patroons ·
kunnen uitoefenen, meenen thans ook het recht te hebben zich
te verzetten tegen de rechtmatige bevelen hu·nner patroons.
Voor den christen arbeider is hier een schoone taak weggelegd.
Het zou niet moeilijk zijn overal in onze wetgeving en onze
zeden de sporen aan te wijzen van de stille doorwerking der I
` bovengenoemde beginselen van het Evangelie. Ik beweer niet ·
i dat onze wetten juist door itoedoen van geloovige christenen
in den huidigen toestand zijn gekomen, al zijn deze veelal door i
hun eigen instellingen daarin vóórgegaan. Juist omdat die Z
christelijke beginselen rationeel zijn werken, als zij de vruchten
er van zien, menschen van allerlei richting tot het totstand­ {
komen dier wetten mee. Ik beweer alleen dat, in Westelijk en
Zuidelijk Europa en in de nieuwe wereld, in onderscheiding
van andere landen en vroegere tijdperken, het de christelijke ‘
beginselen zijn waaraan wij onze hedendaagsche wetgevingen .
en onze regeeringsbeginselen te danken hebben. Dit valt te meer
in het oog, als wij zien hoe ook heden ten dage men steeds ·
aanvangt met verkondiging van het Evangelie, als men de I
volken die wij onbeschaafd noemen tot onze eigen ontwikkeling g
wil opheffen. D
Hoe weinig het tegenwoordig geslacht zich bewust is van ·-
den samenhang van godsdienst en onze wetten blijkt duidelijk ‘·
uit de hedendaagsche bespottelijke bestrijding van onze huwe­ j
lijkswetgeving. Die wetgeving dateert zegt 111011 nog van 1838,
en is dns niet meer met onze moderne gevoelens in overeen-